ZSC - Bergen op Zoom

Home / ZSC - Bergen op Zoom

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond
Nummer: 1718/1

1. Inleiding
Op 25 november 2017 is in klasse 3G van de KNSB-competitie de wedstrijd ZSC - BSV Bergen op Zoom gespeeld. Aan het vierde bord waren ingedeeld de heer Krijger (ZSC) tegen de heer Kalle (Bergen op Zoom). De heer Kalle kon echter niet aanwezig zijn in het speellokaal van ZSC, omdat hij aan een rolstoel is gebonden en het speellokaal van ZSC niet toegankelijk is voor mensen in een rolstoel. De partij is reglementair verloren verklaard voor de heer Kalle.

Hiertegen heeft Bergen op Zoom bezwaar aangetekend bij de competitieleider en (heel kort samengevat) gesteld dat ZSC geen medewerking heeft verleend de heer Kalle aan de wedstrijd te laten deelnemen. De competitieleider heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • Het wedstrijdformulier d.d. 25 november 2017
  • Het bezwaar van de teamleider/bestuur van Bergen op Zoom d.d. 28 november 2017
  • Een verklaring van de teamleider/arbiter van ZSC d.d. 30 november 2017
  • Een foto van de wenteltrap in de speellocatie.
  • Het wedstrijdverslag van ZSC over de wedstrijd tegen Bergen op Zoom
  • Indeling interne competitie van SV Denk en Zet van vrijdag 24 november 2017
  • Correspondentie tussen ZSC en Bergen op Zoom voorafgaande aan de wedstrijd van diverse personen. Deze wordt op hoofdlijnen door beide verenigingen erkend.
  • E-mailcorrespondentie tussen de competitieleider KNSB, de competitieleider NBSB en betrokkenen Bergen op Zoom voorafgaande de wedstrijd.
  • Beantwoording van vragen van de competitieleider KNSB aan zowel ZSC als Bergen op Zoom.

Op 15 december 2017 heeft de competitieleider besloten het bezwaar af te wijzen en de uitslag ongewijzigd te laten.

Tegen deze beslissing van de competitieleider heeft Bergen op Zoom bij brief van 29 december 2017 beroep ingesteld bij de Commissie van Beroep.

2. Ontvankelijkheid
Het beroep is tijdig aangetekend en de cautie is betaald, zodat het beroep ontvankelijk is.

3. Motivering
Uit de stukken komt een duidelijk beeld van de feiten en de meningen van alle betrokkenen naar voren.

Bergen op Zoom stelt, kort samengevat, dat een speler met een handicap zonder meer recht heeft deel te nemen aan wedstrijden. Nu hij in dit geval niet heeft kunnen deelnemen en dit aan ZSC te wijten zou zijn, vindt Bergen op Zoom dat de partij voor hem gewonnen moet worden verklaard.

De Commissie van Beroep stelt vast dat de spelregels en het competitiereglement geen regels geven voor het deelnemen van spelers met een lichamelijk beperking; wel voor spelers die visueel zijn gehandicapt. Dit betekent dat niet is geregeld wat de verplichtingen van beide verenigingen in een situatie als deze precies zijn.

Bergen op Zoom verwijst naar bepalingen uit de Grondwet en beleidsstukken van de overheid. Deze hebben een algemeen en politiek karakter en geven geen specifieke regels voor concrete situaties. Alleen al om deze reden kan men hierop niet rechtstreeks een beroep doen. Voor zover Bergen op Zoom bedoelt te stellen dat in deze zaak sprake is geweest van discriminatie, is de Commissie van Beroep van mening dat hiervan in het geheel geen sprake is geweest.

In wezen is het standpunt van Bergen op Zoom dan ook niet gebaseerd op het overtreden van (specifieke) regels door ZSC, maar op algemene principes, zoals sportiviteit. Dit is echter op geen enkele wijze geconcretiseerd in reglementsbepalingen.

De Commissie van Beroep heeft als taak te beslissen over de juiste toepassing en interpretatie van bestaande regels. De commissie is niet bevoegd om nieuwe regels te maken. Deze bevoegdheid ligt bij het bestuur en de Bondsraad van de KNSB.

Met de competitieleider is de Commissie van Beroep van mening dat de regels geen aanknopingspunt bieden voor het toewijzen van het bezwaar / beroep.

Dit neemt niet weg dat ook de Commissie van Beroep vindt dat het natuurlijk gewenst is dat spelers met een lichamelijke beperking aan de competitie kunnen deelnemen. Het is aan de betrokken verenigingen om in voorkomende gevallen in goed onderling overleg een oplossing te vinden. Hiertoe leken in deze situatie zeker mogelijkheden aanwezig en het is spijtig dat dat niet is gelukt.

In dit verband merkt de Commissie van Beroep op dat het dan van belang is dat er tijdige en duidelijke communicatie tussen de verenigingen dient plaats te vinden om tot een oplossing te komen. De grootste verantwoordelijkheid ligt hierbij bij de vereniging van de speler met een beperking, want deze is hiermee bekend. In deze zaak is de commissie (met de competitieleider) van mening dat Bergen op Zoom veel eerder contact had moeten opnemen met ZSC, en meteen duidelijk had moeten aangeven dat er een rolstoelgebruiker in het team zat en had moeten vragen om een oplossing. En als ZSC dan niet positief had gereageerd, had Bergen op Zoom vóór de wedstrijd moeten aangeven bezwaar te maken en aan te kondigen de kwestie aan de competitieleider voor te leggen. Ook dat laatste heeft Bergen op Zoom hier niet gedaan; men heeft aangegeven met een speler minder te komen en heeft daarmee in feite een verloren partij geaccepteerd; het indienen van een bezwaar achteraf is hiermee niet te verenigen.
 

Noch in de toepassing van de bestaande regels, noch in de omstandigheden van deze zaak is er daarom reden de partij verloren te verklaren voor ZSC. De Commissie van Beroep bevestigt de beslissing van de competitieleider.

De Commissie van Beroep begrijpt dat Bergen op Zoom dit beroep mede heeft ingesteld om aandacht te vragen voor deze problematiek en om een wijziging van de regels op de agenda te krijgen. Hiervoor heeft de Commissie van Beroep begrip en om deze reden beslist de commissie dat de helft van de cautie aan Bergen op Zoom dient te worden terugbetaald.

4. Beslissing
De Commissie van Beroep

  • verwerpt het beroep;
  • bevestigt de beslissing van de competitieleider;
  • bepaalt dat de cautie voor de helft te worden terugbetaald aan BSV Bergen op Zoom;
  • besluit hiervan mededeling te doen aan het bestuur van de KNSB.

Aldus vastgesteld op 9 februari 2018 door de heren H. Bartels, J. van den Ende en B. Plomp, leden van de Commissie van Beroep en namens de leden van de Commissie van Beroep ondertekend door H. Bartels.