Uitspraak inzake HWP Zaanstad – De Waagtoren 2

Home / Uitspraak inzake HWP Zaanstad – De Waagtoren 2

De Waagtoren 2 dient een bezwaar in tegen de beslissing van de wedstrijdleider om niet in te grijpen bij bord 8.  Na het vallen van de vlag vult de wedstrijdleider tweemaal een streepje in.

 

Het betreft de wedstrijd in de 8e ronde in de 4e klasse D op zaterdag 13 april 2019.

 

Ik heb kennis genomen van:

  • Het wedstrijdformulier waar overduidelijk zichtbaar is dat er een protest is ingediend.
  • Het verslag van HWP Zaanstad
  • Het verslag van De Waagtoren 2

 

Ontvankelijkheid:

Het bezwaar kan in behandeling genomen omdat aan de vereisten is voldaan.

 

Samenvatting van de gebeurtenissen:

De speler van HWP is aan het nadenken over een remise-aanbod van zijn tegenstander. Tijdens deze periode gaat zijn mobiele telefoon af die in zijn jas zit die aan de kapstok hangt. De kapstok is enkele meters verwijderd vanaf de speeltafel.

 

In de consternatie hebben blijkbaar meerdere mensen zich met de gang van zaken bemoeid, waarna de wedstrijdleider en teamleider van HWP besloten heeft om op grond van zijn interpretatie van de reglementen te besluiten om door te laten spelen zonder een sanctie toe te passen.

 

De speler van het HWP doet daarna een zet waarbij hij het remise-aanbod  afslaat. De speler van De Waagtoren 2 weigert verder te spelen en na afloop van de gehele wedstrijd is er op dit bord geen uitslag in gevuld. Vandaar dat de uitslag : 3-4 in het voordeel van de Waagtoren 2 is.

 

Over deze feiten zijn naar mijn mening geen verschil in inzicht.

 

De Waagtoren 2 maakt ook nog melding van onduidelijkheden over wie de wedstrijdleider was en de rol van de wedstrijdleider in deze kwestie. Deze heeft naar hun mening zijn eigen partij laten prevaleren boven zijn taak als wedstrijdleider. Verder was een tweede persoon aanwezig die zich opwierp als wedstrijdleider.

 

Overwegingen:

Voor de bepaling van mijn oordeel is zowel het Competitiereglement als de FIDE Regels voor het Schaakspel van toepassing.

 

De FIDE Regels voor het Schaakspel stelt:

 

11.3. 2. 1 Tijdens de wedstrijd is het een speler verboden om elektronische apparaten zonder specifieke goedkeuring van de arbiter in het spelersgebied bij zich te hebben. Het wedstrijdreglement kan toestaan dat zo'n apparaat in een tas opgeborgen wordt onder voorwaarde dat het apparaat geheel uitstaat. De tas moet op een door de arbiter goedgekeurde plaats gezet worden. De tas mag door beide spelers niet zonder toestemming van de arbiter gebruikt worden.

 

Het is volgens dit reglement verboden om het apparaat aan te hebben staan. In het geval dat hij wel aanstaat wordt er geen straf omschreven, behalve dat gemeld wordt dat het verboden is. 

 

11.3.2. 2 Als geconstateerd wordt dat een speler zo'n apparaat bij zich draagt in het spelersgebied, dan verliest die speler de partij. De tegenstander wint. Het wedstrijdreglement mag een andere, minder zware straf opleggen.

 

Hoewel de speler zijn mobiele telefoon niet bij zich draagt is dit artikel wel van belang. Dit artikel stelt dat de speler dient te verliezen in zo’n geval of het wedstrijdreglement legt een andere straf op.  Naar mijn mening geldt dit ook voor het geval waarbij niet voldaan wordt van artikel 11.3.2.1.

 

 

 

Van belang is wat het wedstrijdreglement hierover additioneel regelt. Het reglement stelt:

 

Richtlijn mobiele telefoon in de speelzaal:

  • Verboden is het dragen van een mobiele telefoon op het lichaam, in een jas of tas die wordt meegenomen tijdens een wandeling door de speelzaal of bij bezoek aan het toilet. Een overtreding van deze regel wordt bestraft met het verlies van de partij.
  • Toegestaan is het meenemen van een mobiele telefoon tot in de speelzaal mits deze wordt uitgeschakeld bij aanvang van de partij. Deze telefoon mag:
    • in een tas of jas bewaard worden naast de speeltafel, of hangende op een stoel.
    • afgegeven worden aan een niet-spelende teamleider
    • afgegeven worden op een algemene verzamelplaats of kluis voor mobiele telefoons
    • op de speeltafel liggen.

 

Feitelijk is dit een herhaling van het artikel van het FIDE reglement. Er zit een nuance in. De tegenstander krijgt niet automatisch de winst toegekend.

 

Er is geen afzwakking van de straf. Op grond hiervan ben ik van mening dat de speler van het HWP dient te verliezen.

 

Is er de afweging of de speler van de Waagtoren 2 een vol punt krijgt of een half punt vanwege het remise aanbod. In het analoge geval waarbij een speler een remise aanbod in consultatie heeft  en zijn vlag valt, dan is het alsnog verloren voor de betreffende speler omdat de partij nog niet beëindigd was. (artikel 6.9 in combinatie met artikel 5.2.3 van het FIDE reglement voor het schaakspel). Hierdoor ben ik van mening dat de speler het volle punt krijgt.

 

Over de rol van de wedstrijdleider kan ik geen uitspraak doen, daar is geen overeenstemming over.

 

Het is gebruikelijk dat de wedstrijdleider zich voor de wedstrijd voorstelt aan de spelers. Een teamleider mag er niet vanuit gaan dat iedereen weet dat hij het is indien er geen wedstrijdleider is voorgesteld. Het is ook niet de bedoeling dat een ander zich opwerpt als wedstrijdleider. Dat is wel toegestaan indien de arbiter daar een duidelijk mandaat voor geeft.

 

Besluit:

De wedstrijd aan bord 8 wordt vastgesteld zodanig dat HWP deze partij verliest en de Waagtoren 2 wint. De einduitslag wordt daardoor 3-5 in het voordeel van de Waagtoren 2.

 

 

Hoogachtend,
Paul Peters                                                                                                          30 april 2019
KNSB-competitieleider