wedstrijd Voorschoten - Caïssa 2

Home / wedstrijd Voorschoten - Caïssa 2

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond

1. Inleiding

Bij brief van 21 oktober 2002 heeft de schaakclub Caïssa beroep aangetekend tegen de beslissing van de competitieleider van de KNSB, verzonden 9 oktober 2002, betreffende de wedstrijd Voorschoten - Caïssa 2 op 28 september 2002 in de derde klasse van de KNSB-competitie. Eén van de spelers van Caïssa 2, de heer Sterrenbrug, was meer dan een uur na het aanvangstijdstip van de wedstrijd verschenen en zijn partij aan bord 2 tegen de heer Driessen werd verloren verklaard. Caïssa heeft een beroep gedaan op overmacht ten aanzien van het te laat komen van de heer Sterrenbrug. In zijn beslissing heeft de competitieleider het beroep op overmacht verworpen.

Naast de bestreden beslissing van de competitieleider en het beroepschrift heeft de commissie kennis genomen van de volgende stukken:

  • de brief van 30 september 2002 van de schaakclub Caïssa, waarmee zij bij de competitieleider protest aantekent tegen de beslissing van de wedstrijdleider;
  • een brief van 22 november 2002 van de heer Hilarius, wedstrijdleider bij de betreffende wedstrijd;
  • een brief van 23 november van de schaakclub Voorschoten, waarin zij haar visie geeft;
  • een brief van 24 november 2002 van de schaakclub Caïssa met een nadere toelichting.

2. Motivering

Uitgangspunt is uiteraard het vastgestelde begintijdstip van de wedstrijd. In beginsel dient op dit tijdstip ieder team en iedere afzonderlijke speler aanwezig te zijn en worden de klokken dan in werking gesteld. Alleen in uitzonderingssituaties kan er sprake zijn van overmacht.

Noch de FIDE regels voor het schaakspel noch het KNSB-competitiereglement geven expliciete regels om te bepalen wanneer er zo'n uitzonderingssituatie is. In het voorwoord van de FIDE regels is wel de overweging opgenomen dat deze regels niet voor alle situaties een regeling kunnen geven en de regels ook bewust niet te gedetailleerd zijn beschreven; aan de arbiter is een bepaalde vrijheid gelaten om voor een concreet probleem een oplossing te vinden gebaseerd op logica, billijkheid en bijzondere omstandigheden. Het KNSB-competitiereglement geeft daarnaast in artikel 2 lid 1 aan dat de competitieleider de taak heeft te beslissen in geschillen en onvoorziene gevallen, waaronder begrepen gevallen waarin de reglementen niet voorzien.

Zoals de commissie al eerder heeft overwogen, komt aan de competitieleider een zekere beoordelingsvrijheid toe als het gaat om beslissingen over zaken die niet exact in de reglementen zijn geregeld, zoals de onderhavige. De commissie zal daarom toetsen of de competitieleider in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen.

Voor een beroep op overmacht wanneer een speler te laat is gekomen, moet aan enkele voorwaarden zijn voldaan.
De speler moet tijdig zijn vertrokken, gelet op de omstandigheden die hem bekend waren of bekend konden zijn vóór zijn vertrek. Voorts is vereist dat het te laat komen is veroorzaakt door omstandigheden waaraan hij niets kan doen en die niet in zijn risicosfeer liggen. Tenslotte is van belang dat de speler al het mogelijke doet om zo snel mogelijk bij het speellokaal te komen en contact te zoeken met de wedstrijdleider of thuisclub.

Uit de toelichting van de wedstrijdleider blijkt dat hij zich niet bevoegd heeft geacht om een beroep op overmacht te honoreren en dat hij de partij verloren heeft verklaard voor de betrokken speler. Nu er op dit punt kennelijk geen richtlijnen of instructies zijn, acht de commissie deze beslissing begrijpelijk.
De competitieleider heeft overwogen dat men bij het reizen met de auto tijdig dient te vertrekken met een zo ruime marge, dat men ook bij een file nog op tijd aanwezig is. Iemand die niet zodanig tijdig vertrekt kan nooit een beroep doen op overmacht. Uit de door Caïssa verstrekte gegevens en tijdstippen is naar het oordeel van de competitieleider niet gebleken dat de speler van Caïssa tijdig en met een ruime marge is vertrokken.

Aan de hand van alle gegevens is de commissie van mening dat de competitieleider in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen. Met de competitieleider is de commissie van mening dat een beroep op overmacht alleen kan worden gedaan wanneer onomstotelijk vaststaat dat men tijdig en met een ruime marge is vertrokken. Dat is hier niet het geval. Verder speelt nog mee dat de andere spelers van Caïssa eerder waren vertrokken en allemaal wel op tijd aanwezig waren.

Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard. In de omstandigheden van de zaak vindt de commissie aanleiding te bepalen dat de cautie dient te worden terugbetaald aan schaakclub Caïssa.

3. Beslissing

De Commissie van Beroep

  • verklaart het beroep ongegrond;
  • bepaalt dat de cautie dient te worden terugbetaald aan de schaakclub Caïssa;
  • besluit hiervan mededeling te doen aan het bestuur van de KNSB.

Aldus vastgesteld op 9 december 2002 door de heren H.A. Bartels, C.A. Roet en C. Versteeg, leden van de commissie van beroep, en namens de leden van de commissie van beroep ondertekend door H.A. Bartels.