wedstrijd Oegstgeest'80 - De Pion

Home / wedstrijd Oegstgeest'80 - De Pion

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond

I. Inleiding

  1. Deze beslissing betreft het beroep van Oegstgeest '80 ('Oegstgeest') tegen de beslissing van Competitieleider (CL) van 3 december 2002 om aan De Pion geen sanctie op te leggen wegens het niet opkomen met ten minste 5 van de 8 spelers in de wedstrijd Oegstgeest 1 - De Pion 1 in de 2de klasse C van de KNSB competitie 2002-2003 welke wedstrijd op 23 november 2002 te Oegstgeest zou worden gespeeld.

II. Feiten

  1. De Commissie van Beroep ('Commissie') heeft kennis genomen van de volgende stukken en berichten:
    1. het op 24 november 2002 aan de CL verzonden verslag van de heer M. Dogge (De Pion), waarin de heer Dogge de feiten en omstandigheden beschrijft - kortweg: (ernstige) autopech van één van de twee auto's waarmede de spelers van De Pion naar Oegstgeest reisden - die hebben geleid tot het niet tijdig met een voldoende aantal spelers van De Pion in het speellokaal aanwezig zijn;
    2. de e-mail van de heer K. Stolk (Bondsbureau KNSB) aan alle betrokkenen van 3 december 2002 met daarin de beslissing van de CL om De Pion geen sanctie op te leggen;
    3. de e-mail van de heer J.A. Reedijk (Oegstgeest) aan de heer Stolk van 17 december 2002 waarin Oegstgeest mededeelt beroep in te stellen, met daarin de aankondiging dat de inhoudelijke motivering later in de week volgt en dat de cautie wordt betaald;
    4. de e-mail van de heer Reedijk aan de heer Stolk van 19 december 2002 met de inhoudelijke motivering van het beroep van Oegstgeest;
    5. de reactie van De Pion van 20 januari 2003 op het beroep van Oegstgeest.
  2. Kort samengevat motiveert Oegstgeest het beroep met de conclusie dat de spelers van De Pion te laat zijn vertrokken in een auto die niet aantoonbaar in een goede staat van onderhoud verkeerde, en dat de spelers van De Pion na de autopech niet voldoende ondernomen zouden hebben teneinde tenminste met enkele spelers tijdig het speellokaal te bereiken. Oegstgeest stelt dat autopech in dit geval, en wellicht in het algemeen, nooit overmacht kan opleveren. Oegstgeest geeft tenslotte te kennen dat zij er van uitgaat dat de KNSB de kosten van het alsnog spelen van de wedstrijd dekt.
  3. De Pion weerspreekt de conclusies van Oegstgeest en voert bovendien aan dat het beroep in feite eerst op 19 december 2002 is ingesteld en bovendien dat het beroepschrift niet, zoals voorgeschreven, aangetekend is verzonden. Oegstgeest is, aldus De Pion, niet ontvankelijk in het ingestelde beroep.

III. Overwegingen

III.a De beroepstermijn

  1. Oegstgeest heeft het beroep wel degelijk op 17 december 2002 ingediend, derhalve binnen de voorgeschreven termijn van 14 dagen na de beslissing van de CL. De door Oegstgeest op 17 december 2002 verzonden e-mail laat te dien aanzien geen ruimte voor twijfel.

Art. 3(2) CL schrijft bovendien niet voor dat het beroep moet worden gemotiveerd, zodat ook het eerst later aanvoeren van gronden geen reden is om een eerder ingestelde ongemotiveerd beroep als te laat ingediend aan te merken.

  1. Juist is dat Oegstgeest het beroep niet, zoals in art. 3(2) Competitiereglement ('CR') voorgeschreven, aangetekend heeft verzonden.

Een redelijke toepassing van deze bepaling brengt evenwel naar het oordeel van de Commissie met zich mede, dat het achterwege laten van aangetekende verzending geen gevolgen heeft indien duidelijk en onweersproken is dat en wanneer het beroepschrift - en ook een per e-mail ingesteld beroep merkt de Commissie als een beroepschrift aan - te bestemder plaatse is aangekomen.

  1. Oegstgeest is derhalve ontvankelijk in het beroep.

III.b De gronden

  1. Een beroep kan slechts tot vernietiging van de beslissing van de CL leiden indien en voor zover degeen die het beroep instelt daarbij een beschermenswaardig belang heeft.
  2. De sancties die de CL kan opleggen zijn (i) twee matchpunten in mindering of (ii) een geldboete (art. 30(2) CR).

Oegstgeest kan een beschermenswaardig belang hebben bij de sanctie van twee matchpunten in mindering. De Commissie is evenwel van oordeel dat, ook indien Oegstgeest het in alle opzichten feitelijk bij het rechte eind zou hebben, deze zwaarste sanctie niet behoort te worden opgelegd. Dat betekent dat hoogstens het opleggen van een geldboete in aanmerking komt.

  1. Een opgelegde boete komt evenwel niet in de kas van Oegstgeest maar in de kas van de KNSB. Of al dan niet een boete wordt opgelegd bepaalt voorts niet het antwoord op de vraag of de KNSB (of wie dan ook) de kosten verbonden aan het alsnog spelen van de niet doorgegane wedstrijd betaalt. Het enkel verkrijgen van genoegdoening doordat Oegstgeest ziet dat aan De Pion een boete wordt opgelegd is naar het oordeel van de Commissie geen beschermenswaardig belang.

Ten overvloede merkte de Commissie overigens op dat, anders dan in art. 30(3) CR, het woord overmacht in art. 30(1) CR niet voorkomt. Er is derhalve geen regel dat de CL het opleggen van een sanctie slechts achterwege kan laten indien hij overmacht heeft geconstateerd.

  1. Omtrent de vraag wie de kosten van het alsnog spelen van de wedstrijd betaalt heeft de CL in zijn beslissing van 3 december 2002 geen standpunt ingenomen, en ook indien de KNSVB en/of de CL daarover inmiddels hebben beslist is tegen die beslissing (nog) geen beroep ingesteld. Daarover kan de Commissie derhalve (thans) geen beslissing nemen.
  2. Het beroep dient derhalve te worden afgewezen.

III.c De cautie

  1. Aangezien Oegstgeest het beroep te goeder trouw heeft ingesteld dient de cautie te worden terugbetaald.

III. De beslissing

  1. De commissie beslist:
    1. Oegstgeest is ontvankelijk in het ingestelde beroep;
    2. Het beroep van Oegstgeest wordt afgewezen;
    3. De cautie dient aan Oegstgeest te worden terugbetaald.

Aldus gedaan op 3 februari 2003 door M.W.G. de Bolster, E.M.M. Roosendaal en E.M. Enschedé en door laatstgenoemde mede namens de beide anderen ondertekend.