wedstrijd LSG 2 - Unitas

Home / wedstrijd LSG 2 - Unitas

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond
0304-1

1.

Inleiding

Bij brief van 11 december 2003 heeft de schaakvereniging Unitas beroep aangetekend tegen de beslissing van de competitieleider van de KNSB van 1 december 2003, betreffende de wedstrijd LSG 2 - Unitas 1 op 22 november 2003 in klasse 1A van de KNSB-competitie. De spelers van Unitas bereikten de speelzaal om 12.25 uur, 25 minuten na het aanvangstijdstip van de wedstrijd en na het in werking stellen van de klokken. Unitas heeft voor het te laat komen een beroep gedaan op overmacht en aan de wedstrijdleider gevraagd de wedstrijd zonder tijdsnadeel te mogen starten. De wedstrijdleider heeft dit afgewezen. In zijn beslissing heeft de competitieleider het beroep op overmacht eveneens verworpen.

Naast de bestreden beslissing van de competitieleider en het beroepschrift heeft de commissie kennis genomen van de brief van 24 november 2003 van de schaakvereniging Unitas, waarmee zij bij de competitieleider protest aantekent tegen de beslissing van de wedstrijdleider, en het verslag van de wedstrijdleider de heer Gerth van 27 december 2003. De commissie heeft LSG en de andere aanwezige KNSB-wedstrijdleider de heer Ham in de gelegenheid gesteld commentaar te geven, maar hiervan hebben deze afgezien.

2.

Motivering

Uitgangspunt is uiteraard het vastgestelde begintijdstip van de wedstrijd. In beginsel dient ieder team en iedere afzonderlijke speler op dit tijdstip aanwezig te zijn en dan worden de klokken in werking gesteld. Alleen in uitzonderingssituaties kan er sprake zijn van overmacht.

Zoals de commissie al eerder heeft overwogen, komt aan de competitieleider een zekere beoordelingsvrijheid toe als het gaat om beslissingen over zaken die niet exact in de reglementen zijn geregeld, zoals de onderhavige. De commissie zal daarom toetsen of de competitieleider in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen.

Voor een beroep op overmacht wanneer een speler te laat is gekomen, moet aan enkele voorwaarden zijn voldaan. De speler moet tijdig zijn vertrokken, gelet op de omstandigheden die hem bekend waren of bekend konden zijn vóór zijn vertrek. Voorts is vereist dat het te laat komen is veroorzaakt door omstandigheden waaraan hij niets kan doen en die niet in zijn risicosfeer liggen. Tenslotte is van belang dat de speler al het mogelijke doet om zo snel mogelijk bij het speellokaal te komen en contact te zoeken met de wedstrijdleider of thuisclub.

Uit de brieven van schaakvereniging Unitas blijkt, dat het team op 8.38 per trein vanuit Groningen is vertrokken, dat het er van uit ging om 10.57 uur in Amsterdam aan te komen, dan de trein van 11.02 naar Leiden te nemen, daar de stadsbus van 11.45 uur om zo 11.52 uur bij de speelzaal aan te komen. De Commissie is van mening dat men, wanneer men over een afstand als Groningen- Leiden reist en van verschillende vervoermiddelen gebruik maakt, er niet van uit mag gaan dat alles stipt op tijd gaat en men geen enkele tegenslag krijgt. Men moet een behoorlijke marge aanhouden, zodat men ook bij enige vertraging of uitvallen van een enkele trein en dergelijke nog op tijd komt.

Het reisschema van schaakvereniging Unitas hield met geen enkele tegenslag rekening en was daarmee veel te strak. Hierom kan Unitas geen beroep doen op overmacht. De competitieleider heeft het beroep op overmacht in redelijkheid kunnen afwijzen. De vraag, wat de officiële dienstregeling nu precies inhield en hoe men die dienstregeling kan raadplegen, kan verder buiten beschouwing blijven.

Het feit dat de wedstrijdleider op het aanvangstijdstip niet aanwezig was, is evenmin van belang. Hij heeft de beslissing om de klokken om 12.00 uur in werking te stellen in feite tot de zijne gemaakt en beslist dat Unitas met de wedstrijd met tijdsachterstand diende aan te vangen.

3.

Beslissing

De Commissie van Beroep

  • verklaart het beroep ongegrond
  • bepaalt dat de cautie dient te worden terugbetaald aan de schaakvereniging Unitas
  • besluit hiervan mededeling te doen aan het bestuur van de KNSB.

In de omstandigheden van de zaak vindt de commissie aanleiding te bepalen dat de cautie dient te worden terugbetaald aan schaakvereniging Unitas.

Aldus vastgesteld op 29 januari 2004 door de heren H.A. Bartels, M.W.G. de Bolster en C. Versteeg, leden van de Commissie van Beroep, en namens de leden van de commissie van beroep ondertekend door H.A. Bartels.