wedstrijd Soest - Unitas 3

Home / wedstrijd Soest - Unitas 3

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond
zaaknummer 0304-3

1.

Inleiding

Bij brief van 27 april 2004 heeft de schaakclub Unitas, hierna te noemen Unitas, beroep aangetekend tegen de beslissing van de competitieleider van de KNSB, verzonden op 15 april 2004, betreffende de wedstrijd Soest - Unitas 3 op 27 maart 2004 in klasse 3C van de KNSB-competitie.

De wedstrijdleider, de heer R. Prinzen, had een remiseclaim van een speler van Unitas 3, de heer Palmans, afgewezen in de partij Buyten - Palmans, omdat volgens de wedstrijdleider niet de juiste procedure voor het indienen van een remiseclaim is gevolgd: Palmans had nog een zet gedaan alvorens de klok stil te zetten. Unitas heeft een bezwaar ingediend bij de Competitieleider KNSB, dhr. A.A. Schuering. Kort weergegeven hield dit bezwaar in dat de remiseclaim van Palmans ten onrechte is afgewezen, omdat de gevolgde procedure materieel hetzelfde gevolg had als de gangbare procedure, waarbij geen zet op het bord wordt uitgevoerd. Immers de klok was stilgezet, zodat de partij bij afwijzing van de claim normaal voortgezet zou kunnen worden. Daarnaast voerde Unitas nog - hier kort weergegeven - aan

  1. dat de wedstrijdleider eerst na enige tijd aandacht aan de partij en de claim besteedde, omdat het niet lukte onmiddellijk zijn aandacht te trekken;
  2. tijdens de reconstructie andere spelers aanwijzingen aan Buyten gaven hoe hij had moeten spelen, waarvan hij volgens Unitas bij het doorspelen van de partij na het afwijzen van de claim voordeel trok.

De competitieleider wees het bezwaar af onder verwijzing naar art. 9.2 en art. 9.4 van de FIDE-regels, waarin de juiste procedure voor het indienen van een remiseclaim is beschreven. Bovendien oordeelde hij dat niet gebleken is dat het praten over de stelling tijdens de reconstructie het verloop van de partij heeft beïnvloed, temeer omdat de wedstrijdleider het gepraat direct had afgebroken.

Naast de bestreden beslissing van de competitieleider en het beroepschrift heeft de commissie kennis genomen van de volgende stukken:

  • de brief van 29 maart 2004 van de heer Straatman, teamleider van Unitas 3, waarmee hij bij de competitieleider bezwaar aantekent tegen de beslissing van de wedstrijdleider;
  • een brief van 31 maart 2004 van de heer Prinzen, wedstrijdleider bij de betreffende wedstrijd, met zijn visie op het door Unitas ingediende en op het wedstrijdformulier aangetekende protest;
  • een brief van 31 maart 2004 van de heer Loeber, teamleider van Soest, met daarin opgenomen een dialoog met de betrokken speler van Soest, Buyten en zijn visie op het ingediende protest van Unitas.
  • nadere reacties per e-mail van de heer Palmans (Unitas) van 5 mei 2004 en van de heer Loeber (Soest) van 7 mei 2004.

2.

Motivering

De FIDE regels voor het schaakspel geven in de ook door de competitieleider in zijn beslissing genoemde artikel 9.2, en artikel 9.4 expliciete regels voor het indienen van een remiseclaim in het onderhavige geval. De tekst van de artikelen 9.2 - voor zover hier relevant - en 9.4 luidt:

"9.2 De partij is remise, als een aan zet zijnde speler terecht claimt dat dezelfde stelling voor minstens de derde keer (niet noodzakelijkerwijs door opeenvolgende herhaling van zetten)

  1. tot stand gaat komen, als hij eerst zijn zet op zijn notatieformulier noteert en de arbiter meedeelt dat hij deze zet gaat spelen, of
  2. zojuist tot stand is gekomen, en de speler die remise claimt aan zet is." "9.4 Als een speler een zet doet zonder remise te hebben geclaimd, dan verliest hij bij deze zet het recht om op grond van artikel 9.2 of 9.3 te claimen".

Uit artikel 6.8 kan worden afgeleid dat met het uitvoeren van de zet op het bord en het stilzetten van de klok de zet, wellicht onbedoeld, voltooid was. Het relevante deel van dit artikel luidt: "Tijdens de partij moet elke speler die zijn zet op het schaakbord heeft gedaan, zijn eigen klok stil- en de klok van zijn tegenstander aanzetten. Een speler moet altijd de kans krijgen zijn klok stil te zetten. Zijn zet wordt niet als voltooid beschouwd als hij zijn klok niet heeft stilgezet, tenzij de gedane zet de partij beëindigt (zie artikelen 5.1 en 5.2)."

Hieruit kan worden afgeleid dat als de zet is uitgevoerd op het bord en de klok is stilgezet, de zet wel als voltooid moet worden beschouwd. In onderhavig geval werd de zet uitgevoerd tijdens het noteren en voor het stilzetten van de klok volgens de lezingen van alle betrokkenen, zoals ter kennis gebracht van de Commissie. Met het voltooien van de zet kon geen sprake meer zijn van de situatie in art. 9.2 a en is er derhalve geen sprake van een correct ingediende remiseclaim, noch kon deze alsnog correct worden ingediend. Dit betekent dat de situatie van art. 9.4 , waarbij een zet is gespeeld zonder dat een - correcte - remiseclaim is ingediend van toepassing is.

Deze gedetailleerde regels van de FIDE laten naar de mening van de Commissie derhalve geen andere uitleg toe dan gegeven door zowel de wedstrijdleider als de competitieleider.

De Commissie tekent bovendien aan dat er geen verband is tussen het al dan niet direct de aandacht trekken van de wedstrijdleider en het correct indienen van de remiseclaim. Of de wedstrijdleider nu wel of niet snel ter plekke is, in beide gevallen kan de claim correct - volgens de FIDE-regels - worden ingediend.

Naar het oordeel van de Commissie na raadpleging van alle stukken heeft de competitieleider bovendien in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat het gepraat tijdens de reconstructie het verloop van de partij niet heeft beïnvloed. Ook lijkt geen sprake te zijn van verwijtbaar gedrag van spelers en/of omstanders bij de reconstructie dat kan worden toegerekend aan een van de teams.

Aan de hand van alle gegevens en op grond van bovenstaande overwegingen is de commissie van mening dat de competitieleider op formele gronden tot geen andere beslissing heeft kunnen komen gezien de tekst van de FIDE-spelregels. Het beroep wordt derhalve afgewezen.

Wel tekent de Commissie ten overvloede aan - voor het eindoordeel kan dit geen verschil maken - dat het van belang is dat de Wedstrijdleider in het algemeen alert en tijdig reageert op gebeurtenissen in de wedstrijd die zijn aandacht vragen en zich bewust is van de mogelijkheid om hulp in te schakelen die namens hem kan optreden. In dit geval had hij het noteren bij de partij tussen Helgason en Hondema kunnen delegeren aan een door hem aan te wijzen persoon om sneller de remiseclaim te kunnen behandelen. Niet geheel duidelijk is evenwel hoe dringend zijn aandacht is gevraagd. De lezingen lopen hier uiteen. In elk geval acht de Commissie het onjuist dat voor het raadplegen van de spelregels de tekst niet in de speelzaal beschikbaar was en dat men daartoe afhankelijk was van een toevallig in de buurt wonende deskundige KNSB-wedstrijdleider die de regels kon produceren. Al met al lijkt het erop dat het beoordelen van de claim slagvaardiger had kunnen worden uitgevoerd.

Het beroep heeft - anders dan Unitas schrijft - meer dan morele betekenis. Immers, bij gegrond verklaren van het beroep zou Unitas 3 - ondanks de nederlaag in de voorlaatste ronde - nog steeds promotiekansen hebben gehad. Gezien het belang van de behandeling van dit beroep voor promotie in de klasse 3C van de KNSB-competitie is onder verwijzing naar art. 3 lid 5 van het Reglement Commissie van Beroep en na raadpleging van de voorzitter van de Commissie van Beroep, de heer H.A. Bartels, de uitspraak mondeling tijdig vóór competitieronde 9 kenbaar gemaakt aan de schaakclubs Soest, Unitas en bovendien aan de schaakclub HSG. HSG 2 is immers medebelanghebbende bij de uitspraak, gezien de promotiekansen die dit team - als enig overgebleven concurrent van Soest na deze uitspraak- heeft.

In de omstandigheden van de zaak vindt de Commissie voldoende aanleiding om te bepalen dat de cautie dient te worden terugbetaald.

3.

Beslissing

De Commissie van Beroep

  • verklaart het beroep ongegrond;
  • bevestigt de uitslag van 1-0 in de partij tussen de heren Buyten (wit) en Palmans uit de wedstrijd Soest - Unitas 3, waardoor de eindstand van die wedstrijd 4-4 blijft;
  • bepaalt dat de cautie dient te worden terugbetaald aan de schaakclub Unitas;
  • besluit hiervan mededeling te doen aan het bestuur van de KNSB.

Aldus vastgesteld op 11 mei 2004 door de heren M.W.G. de Bolster, H. van Putten, E.M.M. Roosendaal, leden van de Commissie van Beroep en namens de leden van de Commissie van Beroep ondertekend door H. van Putten.