wedstrijd Almelo - BIS 2

Home / wedstrijd Almelo - BIS 2

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond
zaaknummers 0304-4/5

1.

Inleiding

Bij brief van 10 mei 2004 heeft de Schaakclub Almelo, hierna te noemen: Almelo, beroep aangetekend tegen een op 6 mei 2004 verzonden beslissing van de Competitieleider van de KNSB betreffende een wedstrijd Almelo - BIS II op 17 april 2004 in klasse 2A van de KNSB-competitie.

Bij brief van 14 mei 2004 heeft de teamleider van BIS II, mede namens het bestuur van Schaakstad Apeldoorn, hierna te noemen: BIS Il, beroep aangetekend tegen dezelfde beslissing van de Competitieleider.

Het gaat om de volgende feiten. Volgens het door de teamleiders van Almelo en BIS II en door de aangewezen wedstrijdleider G. Alberink ondertekende wedstrijdformulier is de uitslag van de op 17 april 2004 gespeelde wedstrijd Almelo - B1S II 4 - 4, waarbij alle acht partijen in remise zijn geeindigd. Bij deze partijen is na het aanvangstijdstip slechts een zet op het bord gespeeld, waarna de betrokken spelers remise overeenkwamen (volgens BIS II zijn overigens aan de meeste borden meerdere zetten gespeeld). De Competitieleider heeft uit het feit, dat de beide teamleiders - aanvankelijk zelfs op een ogenblik, dat twee spelers van BIS II nog niet aanwezig waren - aan de wedstrijdleider mededeelden, dat alle partijen in remise waren geeindigd (welke mededeling werd herhaald, toen de ontbrekende spelers van BIS II zeer kort na het aanvangstijdstip van de wedstrijd waren verschenen) afgeleid, dat geen competitiewedstrijd is gespeeld, waarop het KNSB-competitiereglement van toepassing is en dat de handelwijze van beide teams tot competitie-vervalsing leidt. Hij heeft daarop geoordeeld, dat het KNSB-competitiereglement niet van toepassing is (er is immers geen wedstrijd gespeeld) en de uitslag van Almelo - BIS II gewijzigd van 4 - 4 in 0 - 0, waarbij aan geen van beide teams een matchpunt wordt toegekend.

De ingestelde beroepen zijn tegen deze beslissing van de Competitieleider gericht en kunnen gelijktijdig worden behandeld. De Commissie van Beroep zal in een beslissing over beide beroepen een uitspraak doen.

Naast de bestreden beslissing van de Competitieleider en de beide beroepschriften heeft de Commissie kennis genomen van de volgende stukken:

  • een e-mailbericht dd. 28 april 2004 van B. Steffens, captain van Almelo, gericht aan een medewerker van het Bondsbureau van de KNSB. Deze geeft als feiten weer, dat niet voor de wedstrijd, maar tijdens de wedstrijd aan het achtste bord de suggestie is gedaan om eens na te denken over een uitslag 4 - 4, waarna de diverse spelers zijn geconsulteerd en met de wedstrijdleider Alberink is overlegd. Deze gaf zijn fiat, als aan alle borden minimaal een zet was gedaan. Zo werd de uitslag 4 -4 bereikt, en het wedstrijdformulier dienovereenkomstig ingevuld.
  • een ongedateerd verslag van de wedstrijdleider G. Alberink. Volgens dit verslag is de wedstrijd op het vastgestelde tijdstip begonnen en zijn alle klokken in werking gesteld; zeer kort daarna verschenen de beide teamleiders bij hem met de mededeling, dat alle gespeelde partijen in remise waren geeindigd. Nadat hem gebleken was, dat inderdaad op alle borden minstens een zet was gedaan (ook aan de beide borden van de iets later gekomen spelers van BIS II), restte hem niets anders dan de remises op het wedstrijdformulier in te vullen.
  • schriftelijk commentaar dd. 19 mei 2004 van de Competitieleider. Daarin stelt deze, dat zijn uitgangspunt niet was, dat vooraf tot een gelijk spel was besloten, maar dat teamleiders geen afspraken mogen maken, dat acht remises worden gespeeld en dat dergelijke afspraken buiten de in art. 34 competitiereglement omschreven bevoegdheden van een teamleider vallen. Er is volgens de Competitieleider uit het geheel der gebeurtenissen af te leiden, dat geen wedstrijd is gespeeld, waarop het KNSB-competitiereglement van toepassing is geweest. Hij heeft daarom nu de volgens hem juiste uitslag van de wedstrijd vastgesteld. Hij acht zich niet gebonden aan de ondertekening van het wedstrijdformulier door teamleiders en wedstrijdleider en heeft rekening moeten houden met de belangen van andere in de pool uitkomende teams. Hij acht zich bevoegd een uitslag te verbeteren bij het constateren van een onregelmatigheid.

2.

Motivering van de beslissing.

De beslissing van de Competitieleider is gebaseerd op de stelling, dat geen wedstrijd is gespeeld, waarop het KNSB-competitiereglement van toepassing is geweest. De Commissie zal daarom eerst nagaan, of deze stelling terecht is.

De Commissie meent, dat deze stelling niet kan worden gehandhaafd. Immers: de teams van beide partijen zijn op 17 apri12004 op het vastgestelde tijdstip in de afgesproken speelzaal aanwezig geweest. Op het voor de aanvang van de wedstrijd vastgestelde tijdstip zijn conform art. 23 lid 2 competitiereglement de klokken op alle borden op gang gebracht op het door de wedstrijdleider aangekondigde tijdstip (art. 32 laatste zin competitiereglement) en op alle borden zijn een of meerdere zetten gespeeld.

Niet is komen vast te staan, dat vooraf besloten was tot een gelijk spel; wel blijkt uit de beroepschriften, dat na de aanvang van de wedstrijd de gedachte aan een gelijk spel eerst is geopperd aan het achtste bord (waaraan de beide teamleiders speelden) en dat daarna met alle betrokken spelers over een gelijk spel, te bereiken door acht remises, is gesproken, waarmede zij allen instemden.

Vastgesteld moet worden, dat iedere speler het recht heeft om aan zijn tegenstander tijdens de partij een remiseaanbod te doen, resp. op een dergelijk aanbod in te gaan. Dat volgt implicite uit art. 34 competitiereglement. Noch uit de FIDE-regels, noch uit het competitiereglement, valt af te leiden, dat het niet toegestaan is zeer kort na de aanvang van een partij een remiseaanbod te doen, resp. te accepteren.

Op grond van het voorgaande is de Commissie van oordeel, dat de beslissing van de Competitieleider, dat geen wedstrijd in de zin van het KNSB-competitiereglement heeft plaatsgevonden, niet in stand kan blijven, en dat op 17 april 2004 wel een wedstrijd tussen Almelo en BIS II is gespeeld met als uitslag 4 - 4. De verder in de beide beroepschriften aangevoerde argumenten behoeven daarom geen nadere bespreking.

Wel hecht de Commissie er aan op te merken, dat de gang van zaken tijdens deze wedstrijd zeer onwenselijk moet worden genoemd, en dat de poging van de Competitieleider om daartegen op te treden, alle begrip verdient. De huidige reglementen geven echter geen mogelijkheid de gewraakte maatregelen te nemen.

In de uitslag van deze beroepen vindt de Commissie aanleiding te bepalen, dat de door Almelo en door BIS II betaalde cautie aan deze verenigingen dient te worden terugbetaald.

3.

Beslissing

De Commissie van Beroep

  • verklaart de ingestelde beroepen gegrond:
  • bepaalt, dat de op 17 april 2004 in klasse 2A van de KNSB-competitie gespeelde wedstrijd Almelo - BIS II is geeindigd in de stand 4 - 4;
  • bepaalt, dat de betaalde cauties dienen te worden terugbetaald aan de schaakclubs Almelo en Schaakstad Apeldoorn;
  • besluit hiervan mededeling le doen aan het Bestuur van de KNSB.

Aldus vastgesteld op 9 juni 2004 door de heren C.A. Roet. C. Versteeg en R.J.C. Wessels, leden van de Commissie van Beroep, en namens hen ondertekend door laatstgenoemde.