wedstrijd Oud Zuylen - Promotie 2

Home / wedstrijd Oud Zuylen - Promotie 2

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond
zaaknummer 0405-2

1. Inleiding

Bij brief van 8 januari 2005 heeft de schaakclub SV Promotie tijdig - binnen de in het Competitiergelement opgenomen beroepstermijn van 2 weken - beroep aangetekend tegen de beslissing van de competitieleider van de KNSB, verzonden op 29 december 2004, betreffende de wedstrijd Oud Zuylen 1 en SV Promotie 2, gespeeld op 18 december 2004, in de 3e klasse G van de KNSB-competitie.

De wedstrijdleider, de heer D. Staleman, had een speler van Oud Zuylen, de heer Snepvangers geen nul toegekend, nadat diens mobiele telefoon geluid had geproduceerd tijdens de wedstrijd in de speelzaal. De heer Snepvangers bevond zich volgens alle verklaringen aan de andere kant van de speelzaal op enige afstand van de borden. Opgemerkt moet nog worden dat de wedstrijdleider de gebruikelijk algemene waarschuwing om de mobiele telefoons uit te schakelen achterwege had gelaten. De wedstrijdleider heeft na een claim van de teamleider van SV Promotie 2, dhr. J. Blankespoor, beslist dat de partij voortgezet moest worden met als argumentatie - hier kort weergegeven - dat het geluid van de telefoon het gebruikelijke straatrumoer niet oversteeg, dat de speler niet daadwerkelijk van de telefoon gebruik had gemaakt en noch in de FIDE-regels, noch in het Competitiereglement van de KNSB aanknopingspunten te vinden waren om de partij verloren te verklaren voor de speler van Oud Zuylen. De SV Promotie heeft daarop bij brief d.d 20 december 2004 van dhr. R. de Vries een bezwaar ingediend bij de Competitieleider KNSB, dhr. C. A. Roet. Kort weergegeven hield dit bezwaar in dat de heer Snepvangers ten onrechte geen 0 is toegekend, omdat de telefoon wel luid rinkelde en andere spelers daardoor werden gestoord. In zijn beslissing van 29 december 2004 heeft de competitieleider de lezing van de wedstrijdleider onderschreven, dit bezwaar verworpen en daarmee de beslissing van de wedstrijdleider om geen nul toe te kennen intact gelaten.

Naast de bestreden beslissing van de competitieleider en het beroepschrift heeft de commissie kennis genomen van de volgende stukken:

  • de brief van 20 december 2003 van de heer R. de Vries van de schaakclub SV Promotie, waarmee hij bij de competitieleider bezwaar aantekent tegen de beslissing van de wedstrijdleider;
  • de brief van 22 december 2004 aan de competitieleider met daarin opgenomen de visie van dhr. J. Drijver van Oud Zuylen op het incident;
  • de brief van 24 december 2004 van de heer Staleman, wedstrijdleider bij de betreffende wedstrijd, met zijn visie op het door SV Promotie ingediende en op het wedstrijdformulier aangetekende protest;
  • het verslag van 29 oktober 2003 van het 74e FIDE Congres, "Rules and Tournament Committe" (Spelregelcommissie);
  • de competitiemailing van 31 januari 2004 met daarin opgenomen de richtlijn over het gebruik van mobiele telefoons tijdens wedstrijden.

2.

Motivering

Noch de FIDE regels voor het schaakspel noch het KNSB-competitiereglement geven expliciete regels voor het gebruik van mobiele telefoons tijdens de wedstrijd. Wel geeft de competitiemailing van 31 januari 2004 een richtlijn op advies van de Scheidsrechterscommissie dat luidt: "De wedstrijdleider deelt voor de wedstrijd mee dat alle mobiele telefoons moeten worden uitgezet (ook een trilstand is niet toegestaan) en dat als tijdens de wedstrijd een mobiele telefoon afgaat, de speler van wie de mobiele telefoon is, een nul krijgt. Als tijdens de partij een mobiele telefoon afgaat, verklaart de wedstrijdleider de partij verloren voor de speler van wie de mobiele telefoon is." Deze richtlijn is in overeenstemming met het standpunt van de Spelregelcommissie van de FIDE van 29 oktober 2003.

Bij gebrek aan expliciete regels in het Competitiereglement mogen wedstrijdleider en competitieleider uitgaan van deze richtlijn. Het KNSB-competitiereglement geeft daarnaast in artikel 2 lid 1 aan dat de competitieleider de taak heeft te beslissen in geschillen en onvoorziene gevallen, waaronder begrepen gevallen waarin de reglementen niet voorzien en die heeft bij het uitoefenen van die taak een zekere beoordelingsvrijheid, zoals de commissie al enkele malen heeft overwogen. De gebruikelijke algemene waarschuwing door de wedstrijdleider voorafgaand aan het begin van een wedstrijd is ditmaal achterwege gebleven. Naar het oordeel van de commissie brengt dit echter niet met zich mee dat in dit geval een mobiele telefoon ongestraft zou mogen afgaan, omdat onder KNSB-spelers en officials de richtlijn en de daarin opgenomen sanctie inmiddels algemeen bekend is. Dit betekent dat het beroep niet louter op formele gronden kan worden afgewezen.

De wedstrijdleider oordeelde dat van daadwerkelijk gebruik van de telefoon geen sprake was, hoewel er - bij het aanzetten van de telefoon - wel geluid werd geproduceerd, een feitelijk oordeel dat de competitieleider overnam. Hetzelfde gold voor het oordeel van de wedstrijdleider dat dit geluid het verloop van de partijen niet beïnvloedde, nu dit het normale straatrumoer niet oversteeg. Hoewel dit laatste wordt bestreden door SV Promotie, lijkt dit gezien de afstand tussen de speler Snepvangers en de borden op het moment van de geluidsproductie de commissie niet onaannemelijk. De wedstrijdleider heeft hiermee terecht getoetst of de geluidsproductie van de mobiele telefoon op zichzelf een zodanige hinder opleverde voor andere spelers dat deze een sanctie verdiende. Dit staat los van de vraag of er sprake was van "afgaan" van de mobiele telefoon. Resumerend: de commissie meent dat deze oordeelsvorming goed past binnen de aan de competitieleider toegemeten beoordelingsvrijheid.

Blijft de vraag of het aanzetten van de telefoon en de daaraan gepaarde geluidsproductie niet toch moet worden begrepen onder het begrip "afgaan" uit de richtlijn van 31 januari 2004. Naar het oordeel van de commissie, dat aansluit bij dat van de competitieleider, is dit niet het geval en is er pas sprake van afgaan als er, blijkend uit geluid of een trilsignaal, een oproep of bericht op het toestel binnenkomt, wat hier niet het geval was.

Wel tekent de commissie ten overvloede aan dat het overweging verdient om expliciete en eenduidige regels voor het gebruik van mobiele telefoons op te nemen in het Competitiereglement gezien het algemene gebruik van deze apparaten. Voor fotograferen en het gebruik van televisiecamera's bijvoorbeeld zijn regels opgenomen. Het is de Commissie bekend dat de FIDE conceptregels heeft opgesteld.

Aan de hand van alle gegevens en op grond van bovenstaande overwegingen is de commissie van mening dat de competitieleider in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen. Het beroep van SV Promotie wordt derhalve ongegrond verklaard. In de omstandigheden van de zaak vindt de commissie aanleiding te bepalen dat de cautie dient te worden terugbetaald aan SV Promotie.

3.

Beslissing

De Commissie van Beroep

  • verklaart het beroep ongegrond;
  • laat de uitslag 1-0 van de partij aan bord 2 tussen de heren R. Snepvangers en H. Meijer uit de wedstrijd Oud Zuylen - SV Promotie 2 ongewijzigd;
  • bepaalt dat de cautie dient te worden terugbetaald aan de schaakclub SV Promotie;
  • besluit hiervan mededeling te doen aan het bestuur van de KNSB.

Aldus vastgesteld op 6 februari 2005 door de heren H. van Putten, B. Plomp en E. Roosendaal, leden van de Commissie van Beroep, en namens de leden van de Commissie van Beroep ondertekend door H. van Putten.