wedstrijd HWP Sas van Gent 3 - DSC Delft 2

Home / wedstrijd HWP Sas van Gent 3 - DSC Delft 2

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond
Zaaknummer 0506-1

1.

Inleiding

 

Bij brief, bij de KNSB binnengekomen op 8 november 2005, heeft de schaakclub HWP Sas van Gent tijdig - binnen de in het Competitiergelement opgenomen beroepstermijn van 2 weken - beroep aangetekend tegen de beslissing van de competitieleider van de KNSB. Deze is in beknopte vorm verzonden per e-mailbericht aan de heer De Ridder van HWP Sas van Gent op 27 oktober, met een aanvulling op 7 november 2005 en betreft de wedstrijd HWP Sas van Gent 3 en DSC Delft 2, gespeeld op 24 september 2005, in de 3e klasse F van de KNSB-competitie. In de mailing van de competitieleider van 5 november 2005 is de uitspraak in volledige vorm opgenomen. Hoewel de kern van de uitspraak van de competitieleider is terug te lezen in het e-mailbericht van 27 oktober, verdient het aanbeveling om eenduidigheid te betrachten in de aan partijen verzonden uitspraken en de later publicatie in mailings van de competitieleider en andere berichten door of namens de KNSB verspreid. Gelet op het uitvoerig gemotiveerde beroep van HWP Sas van Gent en de eenvoud van de feiten neemt de Commissie van Beroep in dit geval aan dat de wijze van openbaar maken van de uitspraak de verdediging van HWP Sas van Gent niet heeft geschaad.

De enig relevante en onbetwistbare feiten zijn dat de heer F. Verduyn (ELO 2096) is ingevallen in de wedstrijd HWP 3 tegen DSC 2 en speelde tegen de heer J. P. van Zandwijk (ELO 2120). Deze invalbeurt vond geen genade in de ogen van de Competitieleider in zijn uitspraak van 27 oktober.

Naast de bestreden beslissing van de competitieleider en het beroepschrift heeft de commissie kennis genomen van de volgende stukken:

  • de mailing van de competitieleider d.d. 5 november 2005;
  • de op de KNSB-site gepubliceerde opstellingen van de KNSB-teams in het seizoen 2005-2006.

2.

Motivering

 

De norm voor het opstellen van invallers is opgenomen in artikel 13 lid 3 van het KNSB-competitiereglement 2005-2006. De sanctie voor overtredingen van deze norm is te vinden in artikel 14 van dit reglement. De volledige artikelen 13 en 14 luiden:

"Artikel 13

  1. Een team wordt opgegeven in volgorde van speelsterkte.
  2. In het geval dat een vereniging met meer dan 1 team deelneemt aan de competitie moet het eerste team sterker zijn dan het tweede, het tweede sterker dan het derde, etc. De sterkte wordt gebaseerd op de nationale ratingcijfers.
  3. Een lid, dat niet ingevolge artikel 11, lid 2, van dit reglement voor enig team is opgegeven, behoort niet als invaller te fungeren in een lager team dan dat, waartoe het redelijkerwijze moet worden gerekend, indien het wel zou zijn opgegeven. Om te bepalen tot welk team een lid redelijkerwijze moet worden gerekend indien het zou zijn opgegeven, is niet alleen de rating van de speler van belang, maar kunnen ook andere factoren een rol spelen. Als een vereniging een beroep wil doen op dergelijke andere factoren, dan dienen voordat de betreffende wedstrijd wordt gespeeld de aangevoerde omstandigheden door de competitieleider te zijn gehonoreerd.

Artikel 14

Bij overtreding van de bepalingen van artikel 12 en 13 lid 3 verklaart de competitieleider de partij steeds verloren voor de speler, die ten onrechte aan de wedstrijd heeft deelgenomen."

Alvorens een inhoudelijk oordeel te geven stelt de Commissie voorop dat zij overtuigd is van de goede trouw van de vereniging HWP Sas van Gent en de functionarissen van die vereniging, ook in deze kwestie.

Artikel 13 lid 3 laat door de gekozen redactie, onder meer door het gebruik van de term "redelijkerwijze", schijnbaar enige ruimte om spelers op te stellen die qua rating sterker zijn dan spelers in een hoger team van dezelfde vereniging. Echter blijkt deze ruimte bij nauwkeurige beschouwing zonder voorafgaande toetsing door de Competitieleider illusoir, omdat deze term gelezen moet worden in relatie tot de rest van de volzin waarin die term "redelijkerwijze" is opgenomen en de laatste zin van art. 13 lid 3. Dan blijkt weliswaar dat naast de rating ook "andere factoren" een rol kunnen spelen bij het bepalen of een bepaalde invaller mag worden opgesteld, maar dat een beroep op dergelijke factoren vooraf door de competitieleider moet zijn gehonoreerd. Nauwkeurig lezen van het Competitiereglement mag gevraagd worden van functionarissen bij de aan de competitie deelnemende verenigingen. Een beroep op onbekendheid met de regel door HWP Sas van Gent kan derhalve niet slagen.

De Commissie onderkent dat men eventuele discussies kan voeren over de redelijkheid van de regel - die er in het onderhavige geval ertoe leidde dat een speler achteraf ten onrechte bleek te zijn opgesteld tegen een sterkere tegenstander; die invaller viel qua speelsterkte bovendien niet uit de toon in de huidige 3e klasse -, maar dat die beleidsmatig van aard zijn. Het is niet aan de "rechtsprekende" Commissie om beleids- discussies te voeren, die horen thuis bij de bestuursorganen van de KNSB.

Wel tekent de Commissie aan dat art. 13 in een volgend Competitiereglement wellicht wat helderder geredigeerd zou kunnen worden, opdat zekerheidshalve misverstanden worden vermeden. Onderdeel hiervan zou kunnen zijn het expliciet uitschrijven van de procedure waarmee bij de Competitieleider een beroep op "andere factoren" wordt gedaan, omdat deze al gauw een cruciale rol speelt bij het opstellen van invallers bij verenigingen met meer teams in de KNSB-competitie.

Resumerend meent de Commissie van Beroep geen ruimte te hebben om de regel anders te interpreteren dan de Competitieleider in zijn uitspraak heeft gedaan. Ook kan de Commissie niet besluiten, zoals HWP Sas van Gent bepleit, om de sanctie van art. 14 achterwege te laten, zelfs niet nu de Commissie overtuigd is van de goede trouw van HWP Sas van Gent. Deze sanctie volgt blijkens de redactie van art. 14 onontkoombaar op een geconstateerde overtreding van art. 13 lid 3.

3.

Beslissing

 

De Commissie van Beroep

  • verklaart het beroep ongegrond;
  • laat de door de competitieleider vastgestelde uitslag 1 - 0 van de partij aan bord 1 tussen de heren J.P. van Zandwijk (DSC 2, wit) en F. Verduyn (HWP Sas van Gent 3) uit de wedstrijd HWP Sas van Gent 3 - DSC 2 ongewijzigd;
  • bepaalt dat de cautie dient te worden terugbetaald aan de schaakclub HWP Sas van Gent;
  • besluit hiervan mededeling te doen aan het bestuur van de KNSB.

Aldus vastgesteld op 16 december 2005 door de heren H. van Putten, B. Plomp en E. Roosendaal, leden van de Commissie van Beroep, en namens de leden van de Commissie van Beroep ondertekend door H. van Putten.