wedstrijd PION Groesbeek - Veenendaal

Home / wedstrijd PION Groesbeek - Veenendaal

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond
Zaaknummer 0708-3

1.

Inleiding

Bij brief van 23 november 2007, bij de KNSB binnengekomen op 27 november 2007, heeft Veenendaalse Schaakvereniging, verder te noemen Veenendaal, tijdig - binnen de in het Competitiereglement opgenomen beroepstermijn van 2 weken - beroep aangetekend tegen de beslissing van de Competitieleider van 14 november 2007. Bij het beroepschrift zijn drie stukken gevoegd:

  1. een verklaring van de speler T. Kampman
  2. een verklaring van H.T.J. Hofstra, teamleider van het eerste team van Bennekomse Schaak Vereniging, verder te noemen BSV
  3. een krantenartikel, geschreven door Erik Wille.

Het bestuur van Schaakvereniging P.I.O.N., verder te noemen PION, heeft bij brief van 14 december 2007 op het beroepschrift gereageerd.

Verder heeft de Commissie van Beroep kennis genomen van de beslissing van de Competitieleider van 14 november 2007 en de stukken waarover de Competitieleider beschikte. Deze stukken zijn de volgende:

  1. een beroepschrift van A.R.M. Burer, teamleider van Veenendaal
  2. een gezamenlijke verklaring van teamleider Th. Wijnhoven van PION en van de door PION aangewezen wedstrijdleider D. Arts.

De Commissie van Beroep heeft nader onderzoek gedaan. Zij heeft kennis genomen van een verslag van E.C.A. de Beule dat is geplaatst op de website van BSV. Verder heeft zij als getuigen gehoord, merendeels telefonisch, de volgende spelers van BSV: E.A.C. de Beule, H.T.H. Hofstra, M.S. van Lelieveld, C.G. van Oosterwijk en M.R. Pauw. Ook heeft zij de door PION aangewezen wedstrijdleider D. Arts telefonisch gehoord.


2.


Motivering

2.1

Het gaat om de partij aan het zesde bord tussen Th. Wijnhoven en T. Kampman, die op 3 november 2007 is gespeeld in de wedstrijd PION-Veenendaal in klasse 3H. De Competitieleider heeft het protest van Veenendaal afgewezen. De Competitieleider heeft daarbij overwogen, dat hij uitgaat van de verklaring van de wedstrijdleider, aangezien de verklaring van de teamleider van Veenendaal enerzijds en de gezamenlijke verklaring van de teamleider van PION en de wedstrijdleider anderzijds tegenstrijdig zijn.

2.2

De Commissie van Beroep acht deze beslissing van de Competitieleider onjuist. Als een Competitieleider geconfronteerd wordt met twee tegenstrijdige verklaringen en het punt waarover strijd is, van belang is voor de door de Competitieleider te nemen beslissing, behoort hij nader onderzoek te doen. Dit geldt zeker als de verklaring van de wedstrijdleider zo summier is als in dit geval.

2.3

De Commissie van Beroep zag zich genoodzaakt nader onderzoek te doen. Tijdens de wedstrijd PION-Veenendaal vond de wedstrijd PION 2 -BSV plaats. Een vijftal spelers van BSV was reeds uitgespeeld en heeft de kritieke fase van de partij Th. Wijnhoven -T. Kampman waargenomen. Aangezien deze spelers geen partij waren bij het geschil en geacht werden objectief verslag te kunnen doen, leek het de Commissie van Beroep juist om deze vijf spelers te horen. Ook heeft de Commissie van Beroep de wedstrijdleider gehoord.

2.4

Uit de informatie die de Commissie van beroep heeft gekregen, leidt zij af dat het volgende is gebeurd. Op een gegeven moment had T. Kampman nog ongeveer 3 minuten bedenktijd. Th. Wijnhoven had nog ongeveer zeven minuten bedenktijd. Th. Wijnhoven noteerde niet meer. Enige spelers van Veenendaal wendden zich tot de wedstrijdleider. De wedstrijdleider verzocht Th. Wijnhoven te noteren. Hierop reageerde Th. Wijnhoven niet. Vervolgens vroeg de wedstrijdleider voor de tweede maal aan Th. Wijnhoven om te noteren. Hierop reageerde Th. Wijnhoven door een aantal krabbeltjes te zetten zonder leesbaar te noteren. Enige tijd later constateerden enige spelers van Veenendaal dat Th. Wijnhoven een achterstand van vijf zetten had in de notatie. Zij wendden zich weer tot de wedstrijdleider. De wedstrijdleider wendde zich tot Th. Wijnhoven met het verzoek de notatie bij te werken. Th. Wijnhoven had toen nog ongeveer vier minuten bedenktijd. Th. Wijnhoven zei toen tegen de wedstrijdleider: "Ik heb wel eerder een wedstrijdleider over de tafel geslagen" of soortgelijke woorden. De wedstrijdleider trok zich bedeesd terug. De partij werd vervolgd. Th. Wijnhoven won de partij. Ook na de partij heeft Th. Wijnhoven dreigende taal tegen de wedstrijdleider geuit.

2.5

Volgens de schriftelijke verklaring van H.T.J. Hofstra en de verklaring van het bestuur van PION heeft Th. Wijnhoven de woorden "Je zal niet de eerste wedstrijdleider zijn die ik over de tafel heb geslagen" of "Ik heb wel vaker een wedstrijdleider over de tafel getrokken" pas na de partij geuit. Volgens de schriftelijke verklaringen van A.R.M. Burer en T. Kampman heeft Th. Wijnhoven soortgelijke dreigende woorden ook tijdens de partij geuit.

2.6

Na het horen van een groot aantal getuigen heeft de commissie van beroep de vaste overtuiging gekregen dat A.R.M. Burer en T. Kampman gelijk hebben. Deze dreigende woorden heeft Th. Wijnhoven in ieder geval tijdens de partij tegen de wedstrijdleider geuit.

2.7

Naar het oordeel van de Commissie van Beroep is het tijdens de partij uiten van dreigende woorden in de richting van de wedstrijdleider een buitengewoon ernstige overtreding van de spelregels. Hierop had de wedstrijdleider moeten reageren door Th. Wijnhoven op grond van art. 12.7 juncto art. 13.4 van de FIDE-regels een reglementaire nul te geven. De Commissie van Beroep zal de partij voor Th. Wijnhoven alsnog verloren verklaren. De einduitslag van de wedstrijd PION-Veenendaal wordt daardoor gewijzigd in 3-5.

2.8

PION heeft gevraagd Veenendaal te berispen voor het onsportieve gedrag tijdens de partij i.c. zich op ongepaste wijze bemoeien met de wedstrijd door spelers en teamleider. Naar aanleiding hiervan overweegt de Commissie van Beroep dat het haar taak is beroepen tegen beslissingen van de Competitieleider te beoordelen en dat zij niet bevoegd is berispingen uit de delen als de Competitieleider daarover niet tevoren beslist heeft. Als PION wil dat een berisping wordt uitgedeeld, moet zij zich wenden tot de Competitieleider. Overigens is het de Commissie van Beroep niet gebleken dat een speler of de teamleider van Veenendaal zich in enig opzicht onsportief of incorrect heeft gedragen.

2.9

Het tijdens of na de partij uiten van dreigende taal jegens de wedstrijdleider is een ernstige overtreding van de spelregels. Het vervolgens in een schriftelijk ondertekende verklaring (d.d. 5 november 2007) geheel ontkennen van het betreffende voorval is volgens de Commissie van Beroep overigens bepaald niet in overeenstemming met een voor een speler passend gedrag en al evenmin met de voorbeeldfunctie die een teamleider tot op zekere hoogte heeft. Nu de Commissie van Beroep heeft vastgesteld dat dit feit in het onderhavige geval daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, geeft de Commissie van Beroep de Competitieleider in overweging te bezien of hij met gebruikmaking van art. 20 lid 3 van het Competitiereglement Th. Wijnhoven voor een bepaalde periode uitsluit van betrokkenheid hetzij als speler, hetzij als teamleider bij KNSB-competitiewedstrijden.


3.


Beslissing

De Commissie van Beroep

  • verklaart het beroep gegrond;
  • verklaart de partij Th. Wijnhoven - T. Kampman verloren voor Th. Wijnhoven, zodat de uitslag van de wedstrijd PION-Veenendaal 3-5 wordt;
  • bepaalt dat de door Veenendaal betaalde cautie aan Veenendaal wordt terugbetaald.

Aldus vastgesteld op 31 januari 2008 door A.A. Schuering, Th.M.M. Van Beekum en E.M.M. Roosendaal, leden van de Commissie van Beroep, en namens de leden van de Commissie van Beroep ondertekend door A.A. Schuering