Wedstrijd VAS 2 - Groningen 2

Home / Wedstrijd VAS 2 - Groningen 2

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond

Zaaknummer 0809-1

1. Inleiding

Met een e-mailbericht met bijlage, bij de KNSB binnengekomen op 16 oktober 2008, heeft de schaakclub VAS tijdig - binnen de in het Competitiereglement opgenomen beroepstermijn van 2 weken - beroep aangetekend tegen de beslissing van de competitieleider van de KNSB. De commissie beschouwt per e-mail verzonden beroepen,  waarvan vast staat dat zij tijdig en in goede orde ontvangen zijn, als gelijkwaardig aan beroepen die zijn ingediend bij aangetekend schrijven in de zin van artikel 3 lid 2. 

De beslissing van de competitieleider dateert van 5 oktober 2008 en betreft de wedstrijd VAS II - Groningen II, gespeeld op 27 september 2008, in de 2e klasse A van de KNSB-competitie. De zaak gaat om de partij op bord 3 tussen M. Riemens (Groningen II) met wit en M. van der Eijk (VAS II) met zwart.

De enige onbetwistbare feiten in deze zaak zijn de volgende, zoals weergegeven door de competitieleider: "Van der Eijk is aan zet, hij denkt na over zijn 22e zet. Riemens is niet aan het bord, hij kijkt toe op enige afstand. Dan op enig moment raakt Van der Eijk zijn c-pion aan. Even later doet hij een zet met een loper". De wedstrijdleider heeft het voorval niet zelf waargenomen. De interpretaties over de aard van het aanraken van de pion - wel of niet om recht te zetten - van speler en clubgenoten van VAS II c.q. speler en clubgenoten van Groningen II staan diametraal ten opzichte van elkaar. Er zijn geen onafhankelijke getuigen die de visie van één van beide partijen ondersteunen. Duidelijk is dat na veel geharrewar de zwartspeler weer achter het bord plaatsneemt en door de wedstrijdleider is gesommeerd om zijn 22e zet met de c-pion uit te voeren. Nadat Van der Eijk dit heeft geweigerd en kenbaar heeft gemaakt niet verder te willen spelen, zet de wedstrijdleider de klok stil voor de vlag van de zwartspeler valt en laat op het wedstrijdformulier de uitslag open door het zetten van twee streepjes. De competitieleider in zijn uitspraak van 5 oktober, stelt de uitslag van de partij die door de wedstrijdleider was opengelaten, uiteindelijk vast en verklaart de partij gewonnen voor de witspeler.

Naast de bestreden beslissing van de competitieleider en het beroepschrift heeft de commissie kennis genomen van de volgende stukken:

  • Het protest van de heer R. van Dongen, wedstrijdleider van VAS.
  • Een verslag (incl. de beide notatiebiljetten) van de heer P.C.J. Voets, de onafhankelijke wedstrijdleider.
  • Een verslag van de heer J. Houtman, teamleider van Groningen II, waaraan toegevoegd een protest tegen de latere handeling van de wedstrijdleider.

De commissie heeft nog overwogen om in een hoorzitting de nodige getuigen te horen, maar heeft hier uiteindelijk van afgezien, omdat er geen onafhankelijke getuigen waren.

2. Motivering

De norm voor het rechtzetten van stukken is opgenomen in artikel 4.2 en 4.3 van de FIDE Regels voor het Schaakspel. De relevante leden van artikel 4 luiden:   

4.2  Onder voorwaarde dat hij eerst zijn bedoeling daartoe kenbaar maakt (bijvoorbeeld door "j'adoube" of "ik zet recht" te zeggen), mag de aan zet zijnde speler een of meer stukken op hun velden rechtzetten.
4.3 Als de aan zet zijnde speler, behoudens het in artikel 4.2 vermelde, opzettelijk op het schaakbord:
  • 1. een of meer van zijn eigen stukken aanraakt, dan moet hij spelen met het eerst-aangeraakte stuk dat kan worden verplaatst, of
  • 2. een of meer van de stukken van zijn tegenstander aanraakt, dan moet hij het eerst-aangeraakte stuk dat kan worden geslagen, slaan, of
  • 3. één stuk van elke kleur aanraakt, dan moet hij het stuk van zijn tegenstander met zijn eigen stuk slaan. Indien dit onreglementair is, dan moet hij het eerst-aangeraakte stuk verplaatsen of slaan dat kan worden verplaatst of geslagen. Als het onduidelijk is, of het eigen stuk van de speler of dat van zijn tegenstander het eerst was aangeraakt, wordt het eigen stuk van de speler beschouwd als te zijn aangeraakt vóór dat van zijn tegenstander.

Allereerst moet het zetten of rechtzetten van een stuk worden onderscheiden van situaties, waarin per ongeluk een stuk wordt aangeraakt, bijvoorbeeld als in een hectische tijdnoodfase stukken omgestoten worden, zoals in het vorige Corus-toernooi in de partij Radjabov - Smeets. Van der Eijk raakte de c-pion opzettelijk aan, daar bestaat geen misverstand over. Vraag is alleen of hij dit deed met de kenbare bedoeling om recht te zetten. Vooropgesteld zij dat de aanvankelijke mening van de wedstrijdleider dat een speler die een stuk rechtzet, dit vergezeld moet laten gaan van het uitpreken van de woorden "'j adoube' , geen hout snijdt. Kenbaarheid van gebezigde woorden en/of gebaren is een vereiste, dat voortvloeit uit art. 4.2 van de FIDE Regels voor het Schaakspel, hoe die kenbaarheid blijkt, is vormvrij.

Het risico voor het kenbaar maken van zijn bedoeling ligt in de visie van de commissie bij de speler die een stuk beoogt recht te zetten. Ratio van het kenbaarheidsvereiste is immers ook om het spelers onmogelijk te maken een al dan niet geheel uitgevoerde zet waar men spijt van heeft, te herstellen. Handhaving daarvan is een niet gering belang. Een niet-verbaal geuite bedoeling van de rechtzettende speler, zoals in dit geval, brengt meer risico met zich mee.

Het staat vast dat de speler van VAS de c-pion heeft aangeraakt, maar dat zijn bedoeling niet duidelijk, kenbaar is overgekomen bij anderen dan zijn clubgenoten. De commissie overweegt ten overvloede nog dat in een geval als dit, waar noch de wedstrijdleider, noch de tegenstander dichtbij zijn, het uitstellen van het rechtzetten simpel soulaas kan bieden.

De commissie is derhalve van mening dat de beslissing van de competitieleider intact met blijven.

Gezien de omstandigheden van het geval, die aanleiding gaven tot een spelregeltechnische discussie, beslist de commissie dat de door VAS gestorte cautie dient te worden terugbetaald.

3. Beslissing

De Commissie van Beroep

  • verklaart het beroep ongegrond;
  • laat de door de competitieleider vastgestelde uitslag 1 - 0 van de partij aan bord 3 tussen de heren M. Riemens (Groningen II) met wit en M. van der Eijk (VAS II) met zwart ongewijzigd;
  • bepaalt dat de cautie dient te worden terugbetaald aan de schaakclub VAS;
  • besluit hiervan mededeling te doen aan het bestuur van de KNSB.

Aldus vastgesteld op 8 maart 2009 door de heren H. van Putten, B. Plomp en C. Versteeg, leden van de Commissie van Beroep, en namens de leden van de Commissie van Beroep ondertekend door H. van Putten.