Bekerwedstrijd Messemaker 1847 – Bergen op Zoom - deel 2

Home / Bekerwedstrijd Messemaker 1847 – Bergen op Zoom - deel 2

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond

Zaaknummer 0809-2

1. Inleiding

De Commissie van Beroep verwijst naar haar tussenbeslissing van 6 januari 2009. Daarbij heeft de Commissie van Beroep de beslissing van de Competitieleider van 11 december 2008 vernietigd. Tevens heeft de Commissie van Beroep zowel de wedstrijdleider als Messemaker 1847 in de gelegenheid gesteld om gemotiveerd te reageren op het beroepschrift van Bergen op Zoom en op het bezwaar in eerste aanleg van Bergen op Zoom.

De Commissie van Beroep heeft een nadere schriftelijke toelichting d.d. 6 januari 2009 ontvangen van A. Scheel, wedstrijdleider en tevens teamleider van Messemaker 1847.

De Commissie heeft telefonisch een aantal getuigen gehoord. Het gaat om de volgende leden van Messemaker 1847: K. Brinkers, B. van Geffen, P. van der Hoeven, E. Karstan, A. van der Leij en E. Roering. Verder heeft de Commissie de volgende leden van Bergen op Zoom gehoord: O. de Hert, F. Schouten en A. Severijnen.

 

2. Het geschil

Het gaat om de partij tussen E. Roering (Messemaker 1847) en F. Schouten (Bergen op Zoom). In de laatste fase van de partij had Schouten koning en dame en had Roering een kale koning. Schouten was bezig Roering mat te zetten. De wedstrijdleider heeft geoordeeld dat hij constateerde dat de vlag van Schouten gevallen was voordat Schouten de dame waarmee Schouten Roering mat zette, had losgelaten. Hij verklaarde de partij remise. Bergen op Zoom is van oordeel dat Schouten de dame waarmee hij de matzet uitvoerde al had losgelaten en pas daarna zijn vlag viel. Volgens Bergen op Zoom had de partij voor Bergen op Zoom gewonnen moeten worden verklaard.

 

3. Motivering

3.1 De Commissie heeft een groot aantal getuigen gehoord. De Commissie heeft geen reden eraan te twijfelen dat iedere getuige oprecht heeft verklaard wat hij meende te hebben waargenomen. Desalniettemin heeft de Commissie moeten vaststellen dat de getuigenverklaringen op een aantal punten wezenlijk van elkaar verschillen. Deze verschillen zijn zodanig dat de Commissie niet met zekerheid kan vaststellen of Schouten eerder de dame waarmee hij de matzet uitvoerde, losliet, danwel eerder zijn vlag viel. Toch zal de Commissie van Beroep een beslissing moeten nemen. De Commissie zal daartoe moeten vaststellen, welke van beide mogelijkheden zij het meest aannemelijk acht.

3.2 Een van de punten waarover de getuigen verschillend verklaren, is de positie van de wedstrijdleider. Uit de verklaring van de wedstrijdleider kan worden afgeleid dat hij aan de andere kant van het bord stond dan de klok en dat hij de klok goed heeft kunnen zien. Dat de wedstrijdleider aan de kant stond waar hij zicht had op de klok, wordt door vijf getuigen, allen lid van Messemaker 1847, bevestigd. Hiertegenover verklaren de drie getuigen die lid zijn van Bergen op Zoom, dat de wedstrijdleider geen goed zicht had op de klok. Twee van hen verklaren dat de wedstrijdleider aan dezelfde kant als de klok stond, terwijl de derde getuige verklaart dat hij de indruk had de wedstrijdleider van positie veranderde.

3.3 De Commissie is van oordeel dat de wedstrijdleider zelf het beste weet of hij een goed zicht had op de klok. Zijn verklaring in dit opzicht wordt door vijf getuigen bevestigd, terwijl niet onaannemelijk is dat de aandacht van de leden van Bergen op Zoom meer gericht was op de positie op het bord en op de klok dan op de plaats waar de wedstrijdleider stond. De Commissie gaat er dan ook van uit, dat de wedstrijdleider goed zicht had op de klok.

3.4 Uit hetgeen de getuigen verklaard hebben, leidt de Commissie af, dat de digitale klok een zet voor de matzet nog één seconde aangaf voor Schouten. Dit betekent dat de vlag 0,001 seconde later kon vallen of 0,999 seconde later of iets daartussen in.

3.5 Het tegelijkertijd kijken naar de stelling en naar de klok is iets dat menselijkerwijs vrijwel onmogelijk is. De wedstrijdleider heeft verklaard dat hij het streepje van de klok zag en toen de hand van Schouten met de dame erin. Hiertegenover heeft geen van de leden van Bergen op Zoom verklaard rechtstreeks te hebben waargenomen dat Schouten de matgevende dame had losgelaten voordat de vlag van Schouten gevallen was. Zij baseren de conclusie op de stelling dat Roering "vlag" zou hebben geroepen voordat de vlag in werkelijkheid gevallen was. Dit is echter een afgeleide conclusie en geen directe waarneming. Nu het oordeel van de wedstrijdleider wel op directe waarneming is gebaseerd, acht de Commissie van Beroep het aannemelijk dat de wedstrijdleider constateerde dat de vlag van Schouten gevallen was voordat Schouten de matgevende dame losliet.

3.6 Dit betekent dat de Commissie van Beroep het beroep van Bergen op Zoom ongegrond zal verklaren en de beslissing van de wedstrijdleider dat de uitslag van de partij tussen Roering en Schouten remise is, zal bevestigen. De Commissie van Beroep ziet aanleiding te bepalen dat de door Bergen op Zoom betaalde cautie aan Bergen op Zoom wordt terugbetaald.

 

4. Beslissing

De Commissie van Beroep:

verklaart het beroep van Bergen op Zoom tegen de beslissing van de wedstrijdleider ongegrond;

bevestigt de beslissing van de wedstrijdleider dat de uitslag van de partij tussen Roering en Schouten remise is;

bepaalt dat de door Bergen op Zoom betaalde cautie aan Bergen op Zoom wordt terugbetaald.

Aldus vastgesteld op 30 januari 2009 door A.A. Schuering. H.A. Bartels en E.M.M. Roosendaal, leden van de Commissie van Beroep, en namens de leden van de Commissie van Beroep ondertekend door A.A. Schuering