Wedstrijd Dubbelschaak ‘97 - PION

Home / Wedstrijd Dubbelschaak ‘97 - PION

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond

Zaaknummer 0809-3

1. Inleiding

Op 27 januari 2009 is de bekerwedstrijd Dubbelschaak '97 - PION Groesbeek gespeeld. De reguliere wedstrijd eindigde in 2-2, waarna snelschaken de beslissing over de wedstrijd moest brengen. Hierbij was de partij tussen Guido Jansen (Dubbelschaak '97) en Theo Wijnhoven (PION Groesbeek) de laatste en beslissende partij. In de slotfase viel de vlag van Jansen, wat kennelijk niet meteen werd opgemerkt door Wijnhoven. Door Wopke Veenstra, speler van PION Groesbeek, werd 'vlag' geroepen, waarna Wijnhoven winst door tijdsoverschrijding claimde. De wedstrijdleider nam, zoals hij in zijn brief van 30 januari 2009 liet weten, geen beslissing over het gebeurde en de uitslag van de partij, en daarmee de uitslag van de wedstrijd, maar liet dit over aan de competitieleider. Het wedstrijdformulier vermeldde geen uitslag en was niet ondertekend.

Op 8 februari 2009 besliste de competitieleider dat de claim van Wijnhoven terecht was en hij daarmee de partij heeft gewonnen. Tevens besliste de competitieleider tot een schorsing van Veenstra voor KNSB beker- en competitiewedstrijden tot aan het eind van seizoen 2009-2010.

Met een e-mail van 9 februari 2009 riep Huub van Dongen, speler en teamleider van Dubbelschaak '97, de competitieleider op de straf te heroverwegen. Dit werd met een e-mail van dezelfde dag ondersteund door de voorzitter van Dubbelschaak '97. Met een e-mail van 10 februari 2009 onderschreef Veenstra dat de sanctie ook naar zijn mening te zwaar was.

Hierop heeft de competitieleider op 10 februari 2009 een nieuwe beslissing genomen en de sanctie voor Veenstra teruggebracht naar een schorsing voor drie wedstrijden.

Tegen deze beslissing van de competitieleider heeft PION Groesbeek bij brief van 17 februari 2009 beroep ingesteld bij de Commissie van Beroep.

2.         Ontvankelijkheid

Het beroep is tijdig aangetekend en de cautie is betaald, zodat het beroep ontvankelijk is.

3.         Motivering

De Commissie heeft kennis genomen van de in de inleiding genoemde stukken, die een goed beeld van de zaak geven.

Het roepen van 'vlag' is op zichzelf al een duidelijke overtreding van de regels, met name artikel 13.7 van de FIDE-regels voor het schaakspel. Deze overtreding heeft invloed op het verloop en de uitslag van de partij en in dit geval ook de teamwedstrijd. Dat maakt de overtreding naar de mening van de Commissie nog zwaarder. De speler Wijnhoven en PION Groesbeek hebben voordeel gehad van de overtreding van Veenstra. De competitieleider heeft geoordeeld dat de claim van tijdsoverschrijding van Wijnhoven terecht was, omdat hem hier geen verwijt treft.

Tegen de opgelegde sanctie heeft PION Groesbeek aangevoerd dat deze te zwaar zou zijn, omdat het incident gebeurde op een laat tijstip na een wedstrijd en een spannende schaakpartij, toen de spelers vermoeid waren, dat Veenstra de overtreding onopzettelijk beging en Veenstra nooit eerder een dergelijke overtreding heeft begaan. Hierover overweegt de Commissie het volgende.

Het principe dat een buitenstaander zich nooit met een partij mag bemoeien, is elementair en alle schakers zijn hiervan doordrongen. Overtreding van deze regel is in elk geval als ernstig te beschouwen. Dat is ook zo als de overtreding onopzettelijk zou zijn begaan.

Of de overtreding, zoals Veenstra en PION Groesbeek hebben gesteld, onopzettelijk en mede door vermoeidheid is begaan, is niet vast te stellen. Omdat het hier om een elementair principe gaat, is moeilijk voor te stellen dat er in het geheel geen opzet zou spelen.

Bij het vaststellen van de sanctie heeft de Commissie de ernst van de overtreding gewogen, waarbij de Commissie in aanmerking neemt dat Veenstra volgens diverse getuigen in het verleden van onbesproken gedrag was. Al met al acht de Commissie de door de competitieleider opgelegde sanctie te zwaar, maar anderzijds zou de Commissie een nieuwe soortgelijke overtreding Veenstra zwaar aanrekenen; dit heeft de hoogte van de voorwaardelijke sanctie bepaald. Zodoende komt zij tot de volgende sanctie:

  1. een onvoorwaardelijke schorsing van één wedstrijd, welke schorsing geldt voor de eerstvolgende KNSB beker- of competitiewedstrijd van PION, waaraan Veenstra kan deelnemen;
  2. een voorwaardelijke schorsing van drie wedstrijden, welke eerst effect krijgt wanneer Veenstra zich binnen een proeftijd van drie jaar wederom schuldig zou maken aan een overtreding van een spelregel ten aanzien van het gedrag, zoals met name artikel 12 en 13 van de FIDE-regels voor het schaakspel.

Omdat het beroep (deels) gegrond is verklaard, is er aanleiding om de cautie aan PION terug te geven.

4.         Beslissing

De Commissie van Beroep

  • vernietigt de beslissing van de competitieleider ten aanzien van de aan Veenstra opgelegde sanctie;
  • bepaalt de sanctie die aan Veenstra wordt opgelegd op een schorsing van één wedstrijd onvoorwaardelijk, met ingang van de dag van bekendmaking van deze uitspraak, en drie wedstrijden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, welke proeftijd eveneens ingaat de dag van bekendmaking van deze uitspraak;
  • verstaat dat de voorwaardelijke schorsing eerst ingaat wanneer een wedstrijdleider een overtreding van Veenstra van de spelregels ten aanzien van het gedrag van spelers heeft geconstateerd en de competitieleider dit bekrachtigt;
  • bepaalt dat de cautie dient te worden terugbetaald aan PION;
  • besluit hiervan mededeling te doen aan het bestuur van de KNSB.

Aldus vastgesteld op 18 maart 2009 door de heren H.A. Bartels, H van Putten en E.M.M. Roosendaal, leden van de Commissie van Beroep en namens de leden van de Commissie van Beroep ondertekend door H.A. Bartels.