Wedstrijd Dr. Max Euwe 2 - Lonneker

Home / Wedstrijd Dr. Max Euwe 2 - Lonneker

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond.

Nummer: 0910/1

1.         Inleiding

Op 26 september 2009 werd in de 3e klasse B van de KNSB-competitie de wedstrijd Dr. Max Euwe 2 - Lonneker gespeeld. Voor aanvang van deze wedstrijd is de heer Krijgsman, wedstrijdleider bij de wedstrijd Dr. Max Euwe - En Passant gevraagd ook de leiding van Dr. Max Euwe 2 - Lonneker op zich te nemen. Hij gaat hiermee akkoord met de opmerking dat hij in de tijdnoodfase voorrang aan de wedstrijd Dr. Max Euwe - En Passant zal geven en Dr. Max Euwe voor voldoende assistentie dient te zorgen. In de tijdnoodfase houdt de heer Te Bokkel, teamleider van Dr. Max Euwe 2 die zijn partij beëindigd had, een partij bij en vraagt de heer Postma een andere partij bij te houden. Dit is de partij tussen de heer W. Bulter (Lonneker) tegen de heer W. de Haas (Dr. Max Euwe 2). Op een bepaald moment constateert de heer Postma het vallen van de vlag van de heer W. Bulter (Lonneker). De verdere afhandeling laat de heer Postma aan de heer Krijgsman, die een reconstructie laat houden waaruit blijkt dat er 39 zetten zijn gedaan. Hij besluit beide spelers 2,5 minuut extra bedenktijd te geven en laat de partij voortzetten. Omdat de speler van Dr. Max Euwe 2 geen zetten meer doet en zijn vlag uiteindelijk valt, wordt de partij voor hem verloren verklaard.

Tegen de beslissing van de wedstrijdleider heeft Dr. Max Euwe 2 protest aangetekend bij de competitieleider. Deze heeft geoordeeld dat de heer Postma als assistent-wedstrijdleider was te beschouwen, hij correct heeft gehandeld en de speler van Lonneker niet het vereiste zetten binnen de toegestane tijd heeft gedaan. De competitieleider heeft daarom beslist dat de partij voor de speler van Lonneker verloren is en daarmee de uitslag van de wedstrijd gewijzigd van 4-4 in 5-3.

Tegen de beslissing van de competitieleider heeft schaakvereniging Lonneker beroep aangetekend bij de Commissie van Beroep. Kort samengevat stelt Lonneker dat de heer Postma niet als assistent-wedstrijdleider kon worden beschouwd, het vallen van de vlag van de speler van Lonneker niet volgens de spelregels is geconstateerd en de partij dus niet verloren had mogen worden verklaard voor hem.

De Commissie van Beroep heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  1. een stuk van schaakvereniging Dr. Max Euwe 2, kennelijk op 28 september 2009 per e-mail verstuurd, met een protest tegen de beslissing van de wedstrijdleider;
  2. een stuk van schaakvereniging Lonneker, kennelijk op 30 september 2009 per e-mail verstuurd, met een reactie op het protest;
  3. een e-mail van de wedstrijdleider van 30 september 2009;
  4. een e-mail van de competitieleider aan de wedstrijdleider van 4 oktober 2009;
  5. een e-mail van de wedstrijdleider aan de competitieleider van 6 oktober 2009;
  6. de beslissing van de competitieleider van 11 oktober 2009, verzonden per brief van het bondsbureau KNSB van14 oktober 2009;
  7. een e-mail van 14 oktober 2009 van schaakvereniging Lonneker aan de competitieleider;
  8. een e-mail van de competitieleider aan schaakvereniging Lonneker van15 oktober 2009;
  9. een e-mail van 25 oktober 2009 van schaakvereniging Lonneker aan het bondsbureau KNSB;
  10. het beroepschrift van schaakvereniging Lonneker van 25 oktober 2009.

2.         Ontvankelijkheid

Het beroep is tijdig aangetekend en de cautie is betaald, zodat het beroep ontvankelijk is.

3.         Motivering

Uit navraag door de Commissie is gebleken dat de heer Krijgsman op het wedstrijdformulier als wedstrijdleider staat vermeld. Daarmee is hij formeel de wedstrijdleider bij de wedstrijd Dr. Max Euwe 2 - Lonneker. Hij is ook als zodanig opgetreden toen hij bij de betreffende partij is geroepen.

Omdat de wedstrijden van Dr. Max Euwe 1 en Dr. Max Euwe 2 niet in dezelfde zaal, ook niet op dezelfde verdieping, werden gespeeld, was het voor de heer Krijgsman niet mogelijk zelf voortdurend zicht te houden op beide wedstrijden. Daarom heeft hij aangegeven dat hij gewaarschuwd kon worden wanneer er problemen waren en Dr. Max Euwe voor assistentie in de tijdnoodfase diende te zorgen. Naar de Commissie begrijpt, is dit in algemene zin aangegeven en is het aan Dr. Max Euwe overgelaten op welke wijze hieraan invulling gegeven zou worden.          

Toen de teamleider van Dr. Max Euwe 2 zijn partij had beëindigd, was hij geen deelnemer (meer) aan de wedstrijd en kon hij de door de wedstrijdleider gevraagde assistentie zelf verlenen. Naar de mening van de Commissie kon hij tevens een ander, de heer Postma, vragen om ook assistentie te verlenen, omdat er bij meer partijen tegelijkertijd tijdnood speelde.

De Commissie is daarom van oordeel dat de heer Postma als assistent-wedstrijdleider was te beschouwen en hij volgens de spelregels het vallen van de vlag mocht constateren. Hieraan doet niet af dat de overdracht van de bevoegdheden van wedstrijdleider hier niet heel duidelijk heeft plaatsgevonden en is gecommuniceerd. In de praktijk gebeurt het vaak dat de wedstrijdleider in de tijdnoodfase niet alles alleen kan bewaken en er hulp wordt ingeroepen; dat kan op diverse manieren gebeuren en meestal zonder expliciete afspraken. Naar de mening van de Commissie moet dan aan de hand van de omstandigheden van het geval worden beoordeeld wat de bedoeling is geweest of hoe het in redelijkheid uitgelegd moet worden.

In deze zaak heeft Dr. Max Euwe in redelijkheid kunnen begrijpen dat zij in de tijdnoodfase zelf voor assistentie van de wedstrijdleider diende te zorgen, dat zij in de invulling hiervan vrij was en dat de heer Postma hiervoor kon worden aangewezen. Daarmee was hij bevoegd het vallen van de vlag te constateren.

Daarbij merkt de Commissie nog het volgende op. Ook als de heer Postma niet als assistent-wedstrijdleider is te beschouwen, staat het feitelijk wel vast dat de vlag van de speler van Lonneker vóór de 40e zet is gevallen en dat met het constateren door Postma ook de speler van Dr. Max Euwe 2 dit heeft geconstateerd. Ook in dit geval is de partij door tijdsoverschrijding verloren voor de speler van Lonneker.

Omdat er in deze zaak wel sprake is geweest van onduidelijke communicatie en de wedstrijdleider in eerste instantie in het voordeel van Lonneker heeft beslist, vindt de Commissie dat de cautie aan Lonneker dient te worden teruggegeven, binnen het kader van artikel 3 lid 2 van het competitiereglement.

 

4.         Beslissing

De Commissie van Beroep

  • verklaart het beroep ongegrond;
  • bevestigt de beslissing van de competitieleider;
  • bepaalt dat de helft van de cautie dient te worden terugbetaald aan Lonneker;
  • besluit hiervan mededeling te doen aan het bestuur van de KNSB.

Aldus vastgesteld op 22 november 2009 door de heren H.A. Bartels, E.M.M. Roosendaal en C. Versteeg, leden van de Commissie van Beroep en namens de leden van de Commissie van Beroep ondertekend door H.A. Bartels.