Wedstrijd Staunton - Zevenaar

Home / Wedstrijd Staunton - Zevenaar

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond

Wedstrijd Staunton - Zevenaar, 6 april 2013
Zaaknummer 1213-1

1.        Inleiding
Bij email van 19 april 2013 heeft  de heer G.C.J. Homs, zowel rechtstreeks betrokkene als teamleider ('TL') van Zevenaar,  binnen de termijn van veertien dagen van artikel 3 lid 2 van het KNSB-Competitiereglement ('CR') beroep  ingesteld tegen de beslissing van de Competitieleider ('CL') van de KNSB, de heer R. Bleeker, van 17 april 2013.

De Commissie van Beroep ('CvB') heeft voorts kennis genomen van de volgende stukken:

  • het wedstrijdformulier van de op 6 april 2013 te Groningen tussen Staunton en Zevenaar gespeelde wedstrijd met daarop de door de TL van Zevenaar geplaatste aantekening 'Protest aangetekend door Guust Homs 67764907';
  • een verklaring van de heer W. Schepers, de door de KNSB aangestelde onafhankelijke arbiter bij SISSA - Caïssa-Eenhoorn in dezelfde zaal (email van 7 april 2013);
  • een verklaring van de heer R. Kroezen, de wedstrijdleider ('WL') bij deze wedstrijd (email van 7 april 2013);
  • een verklaring van de heer Homs waarin hij binnen de termijn van drie dagen van artikel 21.3 CR een schriftelijke toelichting op zijn bezwaar tegen de beslissing van de wedstrijdleider geeft (email van 8 april 2013);
  • een verklaring van de heer P. Hummel, de aan de zijde van Staunton rechtstreeks betrokken speler (email van 8 april 2013);
  • de beslissing van de CL van 17 april 2013;

De CvB heeft de rechtstreeks belanghebbenden de gelegenheid gegeven om hun standpunt met betrekking tot met betrekking tot het ingestelde beroep schriftelijk aan de CvB kenbaar te maken. De CL (email van 16 mei 2013) en de TL van Staunton, de heer P.W. Mulder (email van 17 mei 2013) hebben van de geboden gelegenheid gebruik gemaakt.

De CvB ziet geen aanleiding om betrokkenen en/of anderen te horen.

2.        Het bezwaar en het beroep
Het bezwaar van Zevenaar betreft de beslissing van de WL dat de partij tussen de heren Homs en Hummel ondanks de plaatsgevonden hebbende incidenten dient te worden voortgezet.

Aangaande wat zich feitelijk heeft afgespeeld neemt de CvB weergave van de CL over, als volgt:

  • de partij aan bord 5 tussen de heren Homs (witspeler, Zevenaar) en Hummel (zwartspeler, Staunton) bevindt zich in de fase van tijdnood; beide spelers hebben nog ongeveer 1 minuut op de klok;
  • volgens de WL en de zwartspeler: de zwartspeler doet zijn 40e zet, ziet dat hij een notatiefout heeft gemaakt en vraagt, terwijl wit aan zet is, aan de witspeler of de 40 zetten gehaald zijn; de witspeler beaamt dat, waarna de zwartspeler om de notatie van zijn tegenstander vraagt; de witspeler overhandigt de zwartspeler zijn notatie;
  • volgens de witspeler: de zwartspeler doet zijn 40e zet en vraagt, terwijl wit aan zet is, om de notatie van zijn tegenstander; deze zit nog in opperste concentratie en weet niet 100% zeker of er wel 40 zetten gedaan zijn;
  • de WL is ervan overtuigd dat er 40 zetten zijn gedaan en verlaat het bord; de witspeler geeft op de 41e zet een pion weg en biedt daarna remise aan; de zwartspeler weigert dat, de witspeler scheldt hem uit; de zwartspeler dreigt met fysiek geweld;
  • de witspeler weigert daarop verder te spelen, ook nadat de WL heeft beslist dat er verder gespeeld moet worden; nadat de vlag van de witspeler (opnieuw) is gevallen verklaart de WL de partij voor de witspeler verloren.

Het beroep betreft de beslissing van de CL om deze beslissing van de WL te handhaven. 

Zevenaar wijst erop dat de heer Hummel de eerste fout maakte door, terwijl de heer Homs aan zet is, te vragen of de 40 zetten zijn gehaald en te vragen om de notatie van de heer Homs (art. 8.5.b FIDE reglement). Zevenaar erkent dat de heer Homs verkeerd op de fout van de heer Hummel heeft gereageerd door hem uit te schelden, maar Zevenaar acht de daarop volgende fout van de heer Hummel (bedreiging met geweld) veel zwaarder, zodat de partij niet voor de heer Homs maar voor de heer Hummel verloren had moeten worden verklaard. Op zijn minst had de uitslag van de partij volgens Zevenaar 0-0 moeten worden.

Tegen de tevens door de CL genomen beslissing om beide spelers disciplinaire straffen op te leggen (schorsingen voor één wedstrijd resp. voor drie wedstrijden) hebben noch Zevenaar en/of de heer Homs, noch Staunton en/of de heer Hummel beroep ingesteld.

 

3.        Motivering

3.a      Ontvankelijkheid
Zevenaar is ontvankelijk in het ingestelde beroep. Weliswaar lijkt  de brief (email) van de heer Homs op persoonlijke titel geschreven ('hierbij ga ik in beroep') maar de CvB acht de bedoeling van de heer Homs om namens Zevenaar in beroep te gaan desondanks duidelijk. De heer Homs is immers niet alleen rechtstreeks betrokkene maar tevens de TL van Zevenaar.

3.b      De passende reactie op de incidenten
De CvB is het eens met Zevenaar dat een bedreiging met geweld - ook wanneer die in voorwaardelijke vorm is gegoten: 'als je dat nog eens zegt dan sla ik je' - ernstiger is dan schelden ('klootzak'). Anderzijds is de heer Homs met  eveneens ernstig wangedrag begonnen. De heer Hummel mocht de heer Homs weliswaar niet storen terwijl de heer Homs (al dan niet in vermeende of daadwerkelijke tijdnood) aan zet was, maar de heer Homs had daarop passend en dus anders moeten reageren (niet antwoorden, weigeren de notatie af te geven, eventueel de WL erbij roepen die de vrijheid had om hem extra tijd toe te kennen).

Zodra er wordt gescholden op de wijze waarop dat hier is gebeurd ('klootzak') behoort de partij naar het oordeel van de CvB voor degeen die aldus scheldt verloren te worden verklaard. Zolang die straf evenwel nog niet is opgelegd is de partij nog aan de gang. Maakt de ander zich tijdens de nog aan de gang zijnde partij schuldig aan een soortgelijk (of ernstiger) vergrijp dan behoort aan de ander eveneens de straf van het verloren verklaren van de partij te worden opgelegd.

Uit art. 12.8 FIDE reglement blijkt dat een 0-0 uitslag mogelijk is; naar het oordeel van de CvB is de mogelijkheid van een 0-0 uitslag overigens niet tot het daar genoemde geval - beide spelers weigeren herhaaldelijk zich aan de Regels voor het Schaakspel te houden- beperkt en kan de straf van een 0-0 uitslag ook worden opgelegd wanneer beide spelers zich tijdens de partij ernstig misdragen.

Het beroep van Zevenaar wordt derhalve gedeeltelijk gegrond verklaard: Zevenaar heeft primair aangevoerd dat de uitslag van de partij 1-0 in het voordeel van Zevenaar dient te zijn, maar daarin volgt de CvB Zevenaar niet. De CvB volgt echter wel het subsidiaire standpunt van Zevenaar dat de uitslag op zijn minst 0-0 behoort te worden.

4.        De cautie
De bepaling van art. 3.2 CR over het al dan niet terugbetalen van de cautie houdt geen rekening met de mogelijkheid dat het beroep slechts ten dele gegrond wordt verklaard. De CvB acht het redelijk dat de CvB bij gedeeltelijke gegrondverklaring naar eigen inzicht mag beslissen of en in hoeverre de cautie zal worden terugbetaald.

De CB is van oordeel dat in het onderhavige geval voldoende gronden zijn om de cautie geheel aan Zevenaar terug te betalen.

5.        Beslissing
De Commissie van Beroep:

Verklaart het beroep gegrond in dier voege dat de beslissing van de CL wordt vernietigd; bepaalt dat de uitslag van de partij aan het vijfde bord van de op 6 april 2013 te Groningen gespeelde wedstrijd Staunton - Zevenaar 0-0 is; verstaat dat uitslag van deze wedstrijd van 4-4 wordt gewijzigd in 4-3 in het voordeel van Zevenaar is en dat Zevenaar de beide matchpunten krijgt toegekend (art. 25 CR);

Verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Bepaalt dat de cautie aan Zevenaar wordt terugbetaald.

Aldus vastgesteld op ­28 mei 2013 door E.M. Enschedé, C. Versteeg en E.M.M. Roosendaal, leden van de Commissie van Beroep en namens de Commissie van Beroep ondertekend door E.M. Enschedé.