Wedstrijd Wageningen VLG Advocaten - LSG

Home / Wedstrijd Wageningen VLG Advocaten - LSG

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond.

Nummer: 1213/2

1.         Inleiding
Op 20 april 2013 is in klasse 1B van de KNSB-competitie de wedstrijd Wageningen VLG Advocaten (hierna te noemen: Wageningen) - LSG gespeeld. Aan het tiende bord speelden David van Eekhout (Wageningen) en Eelco Kuipers (LSG). Na de 52e zet van zwart claimt de witspeler remise. Deze claim wordt afgewezen, omdat de witspeler zijn voorgenomen zet (waardoor drie maal dezelfde stelling zou ontstaan) niet had genoteerd. Nadat zijn klok weer in werking is gezet, noteert Van Eekhout alsnog zijn voorgenomen zet en claimt weer remise. Ook nu wordt de claim afgewezen. De partij wordt voortgezet en gewonnen door Kuipers.

Tegen het afwijzen van de tweede remiseclaim heeft Wageningen op 22 april 2013 bezwaar aangetekend bij de Competitieleider.   

Op 29 april 2013 heeft de competitieleider beslist dat de remiseclaim de tweede keer had moeten worden toegewezen; het bezwaar wordt dus toegekend en de partij wordt alsnog remise verklaard.

Tegen deze beslissing van de competitieleider heeft LSG bij brief van 12 mei 2013 beroep ingesteld bij de Commissie van Beroep.

2.         Ontvankelijkheid
Het beroep is tijdig aangetekend en de cautie is betaald, zodat het beroep ontvankelijk is.

3.         Motivering
Naast genoemde stukken heeft de Commissie van Beroep kennis genomen van de toelichting van de wedstrijdleider, enkele e-mails met nadere informatie en een scan van de notatiebiljetten. Over de exacte feiten van het gebeurde zijn er kleine verschillen in de lezingen, maar omdat dat voor de kern van de zaak en de beslissing niet van belang is, laat de Commissie die buiten beschouwing.

Van belang zijn de volgende feiten, waarop ook de Competitieleider zich heeft gebaseerd en waarover alle betrokkenen het eens zijn:

  • Materieel was er sprake van drie maal dezelfde stelling. De wedstrijdleider heeft dit geconstateerd en dit blijkt ook uit de notatieformulieren (die overigens mogelijk later zijn bijgewerkt);
  • Bij de eerste claim had de witspeler zijn voorgenomen zet niet opgeschreven, wat volgens artikel 9.2 van de Fide-regels voor het schaakspel wel vereist is;
  • Op grond hiervan heeft de wedstrijdleider de claim afgewezen;
  • De klok van de witspeler is weer in werking gezet;
  • Hierop heeft de witspeler Van Eekhout zijn voorgenomen 53e zet alsnog opgeschreven en wederom remise geclaimd;
  • De wedstrijdleider heeft deze claim afgewezen, kennelijk omdat hij van mening was dat er na het afwijzen van de eerste claim verder gespeeld moest worden en niet twee maal bij dezelfde zet een remiseclaim ingediend kan worden;
  • De Competitieleider heeft overwogen dat de eerste claim niet is afgewezen maar niet-ontvankelijk is verklaard en de tweede remiseclaim moet worden gehonoreerd.

De Commissie van Beroep is van mening dat er bij de tweede remiseclaim materieel sprake was van drie maal dezelfde stelling, op dat moment aan alle (formele) vereisten was voldaan en de remiseclaim daarom toegewezen had moeten worden. Er is geen bepaling in de spelregels die verhindert dat een remiseclaim, die materieel terecht is maar niet aan de formele vereisten voldoet, (wederom) wordt ingediend als (wel) aan alle vereisten is voldaan.

Naar de mening van de Commissie van Beroep is het niet nodig, en mogelijk ook niet juist, het niet toewijzen van de eerste claim als een niet ontvankelijk-verklaring te beschouwen.

De stelling van LSG dat doorspelen onder protest niet juist is omdat dit een dubbele kans biedt, gaat alleen al niet op vanwege het feit dat de Commissie van Beroep vaststelt dat de tweede remiseclaim terecht was en daarmee de partij meteen was afgelopen; wat er daarna gebeurt, is dan niet meer van belang.

In deze zaak is er voor de Commissie van Beroep geen reden te bepalen dat de helft van de cautie wordt terugbetaald aan LSG. Uit oogpunt van sportiviteit is te betreuren dat er een juridische discussie met bezwaar en beroep is ontstaan, terwijl men het erover eens was dat drie maal dezelfde stelling op het bord was verschenen.

4.         Beslissing
De Commissie van Beroep

  • verwerpt het beroep;
  • bevestigt de beslissing van de competitieleider;
  • bepaalt dat de cautie niet dient te worden terugbetaald aan LSG;
  • besluit hiervan mededeling te doen aan het bestuur van de KNSB.

Aldus vastgesteld op 12  juni 2013 door de heren H.A. Bartels, Th. van Beekum en C. Versteeg, leden van de Commissie van Beroep en namens de leden van de Commissie van Beroep ondertekend door H.A. Bartels.