Wedstrijd Caissa 5 - Heerenveen

Home / Wedstrijd Caissa 5 - Heerenveen

Beslissing van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond

nummer 1314-1 

 

1. Inleiding

Bij brief van 24 april 2014 heeft de secretaris van Heerenveen beroep aangetekend tegen de beslissing van de competitieleider van de KNSB van 12 april 2014, verzonden op 14 april 2014, betreffende de wedstrijd Caissa 5 - Heerenveen, gespeeld op 29 maart 2014 in de derde klasse B van de KNSB-competitie. In het beroepschrift wordt het volgende verzocht:

  • het vernietigen van het besluit van de competitieleider;
  • het toekennen van de overwinning aan de Heerenveen speler, dan wel vanwege het gebruik van de mobiele telefoon buiten het spelersgebied door de Caissaspeler, dan wel vanwege het zonder toestemming verlaten van het spelersgebied door de Caissa speler, dan wel het zonder grond beëindigen van de partij, waarbij het de Heerenveen speler onmogelijk werd gemaakt om verder te spelen.

Naast de bestreden beslissing van de competitieleider en het beroepschrift heeft de Commissie van Beroep kennis genomen van de volgende stukken:

  • een bezwaarschrift van de teamleider van Heerenveen van 2 april 2014;
  • een e-mail van Koos Stolk, medewerker Competitie en evenementen van de KNSB, aan de wedstrijdleider en de teamleider van Caissa 5, waarbij het bezwaarschrift is toegestuurd;
  • een reactie op het bezwaarschrift van de wedstrijdleider Tony Lith van 3 april 2014;
  • een e-mail van de Caissa speler Kees Sterrenburg aan de wedstrijdleider van 30 maart 2014, die op 3 april 2014 door de wedstrijdleider aan de KNSB is doorgestuurd;
  • een e-mail van de teamleider van Caissa 5 aan de KNSB van 3 april 2014.

 

2. De feiten

De Commissie gaat op grond van hetgeen Heerenveen in het eerste bezwaarschrift en in het beroepschrift heeft aangevoerd, aangevuld met de verklaringen van de wedstrijdleider en de Caissaspeler Sterrenburg uit van de volgende feiten.  Aan bord 5 van de wedstrijd Caissa 5 - Heerenveen speelde de Heerenveen speler Klaas Abma met wit tegen de Caissa speler Kees Sterrenburg. Voordat de wedstrijd begon heeft Sterrenburg aan de wedstrijdleider toestemming gevraagd om tijdens de partij  van zijn mobiele telefoon gebruik te mogen maken omdat zijn zoontje die ochtend een ongelukje had gehad, waarbij zijn pols was gebroken. De wedstrijdleider heeft de gevraagde toestemming verleend. De wedstrijdleider heeft zijn tegenstander Abma hier niet over ingelicht. Nadat Abma zijn elfde zet had gedaan, is hij even naar buiten gelopen. Daar zag hij zijn tegenstander Sterrenburg lopen,  met een mobiele telefoon aan zijn oor duidelijk bellend. Abma heeft de klok stil gezet, zich tot de wedstrijdleider gewend en de partij geclaimd omdat zijn tegenstander buiten aan het bellen was. De wedstrijdleider heeft de claim afgewezen. Er is discussie ontstaan tussen Abma en de westrijdleider. Op een gegeven moment verklaarde de wedstrijdleider dat hij de klok weer in werking zou stellen en dat het de Heerenveen speler vrij stond om onder protest verder te spelen. Abma zei dat hij een bezwaar zou gaan indienen en dat hij ook niet onder protest zou spelen. De wedstrijdleider heeft de klok van Abma in werking gesteld. Na ongeveer een kwartier benaderde Sterrenburg Abma en legde Sterrenburg de situatie met betrekking tot zijn zoontje uit. Op een gegeven moment constateert de wedstrijdleider dat Abma zijn klok oppakte en daarmee de de speelzaal verliet. Ook Sterrenburg zag dat Abma de klok oppakte en daarmee wegliep. Sterrenburg hoorde dat Abma de klok uit zette. Toen Abma in de speelzaal was teruggekeerd, constateerde de wedstrijdleider dat de klok was uitgezet en daarna weer aan en dat met de klok was gemanipuleerd. De wedstrijdleider verklaart dat hij daarom niet meer kon vaststellen hoeveel tijd was verstreken.  Op een gegeven moment verklaarde Abma dat hij bereid was onder protest verder te spelen op voorwaarde dat de kloktijden werden teruggezet naar de situatie van voor het incident. Abma zei dat hij de tijden van voor het incident had genoteerd.  De wedstrijdleider maakte een schatting van de verstreken tijd aan de hand van de tijd die op de andere klokken was verstreken. Zijn inschatting was dat Abma nog 42 minuten had om de partij voort te zetten.  Abma zei, dat hij met zo weinig tijd niet verder ging spelen. Toen heeft de wedstrijdleider de partij voor Abma verloren verklaard.

 

3. De motivering

In het voorwoord bij de FIDE-Regels staat onder andere het volgende. De Regels voor het Schaakspel kunnen niet alle mogelijke situaties dekken die tijdens een partij voorkomen. In situaties die niet nauwkeurig door een artikel van de Regels worden geregeld moet het mogelijk zijn om tot een juiste beslissing te komen door analoge situaties in overweging te nemen, die wel in  de Regels voor het  Schaakspel worden behandeld. Een te gedetailleerde beschrijving van een regel kan ertoe leiden dat de arbiterniet in volle vrijheid kan beslissen en dit zou hem daardoor kunnen beletten de oplossing van een probleem te vinden, gebaseerd op billijkheid, logica en bijzondere omstandigheden.

Dit betekent dat de wedstrijdleider onder bijzondere omstandigheden beslissingen mag nemen die afwijken van de FIDE-regels. Toen Sterrenburg voorafgaand aan de wedstrijd aan de wedstrijdleider toestemming vroeg om eenmaal mobiel te bellen omdat zijn zoontje dezelfde ochtend zijn pols gebroken had en naar het ziekenhuis was vervoerd, was de wedstrijdleider zeker bevoegd de gevraagde toestemming te verlenen. Wel had de wedstrijdleider de tegenstander van Sterrenburg daarover moeten informeren. Het spreekt vanzelf dat dat bellen niet in de speelzaal kon plaats vinden. De toestemming van de wedstrijdleider om tijdens de partij eenmaal te bellen, impliceert dan ook de toestemming om naar buiten te gaan om daar het telefoongesprek te voeren. Dit geldt temeer omdat uit het feit dat Abma zelf ook naar buiten ging, kan worden afgeleid dat buiten in de directe omgeving van het speelgebouw voor de spelers bestemd was, bijvoorbeeld om te roken. Nu de wedstrijdleider toestemming aan Sterrenburg had gegeven, vormt het feit dat hij buiten een telefoongesprek voerde, geen reden om aan Sterrenburg een sanctie op te leggen. De Commissie van Beroep verwerpt dit onderdeel van het beroep.

Uit de verklaringen van de wedstrijdleider en Sterrenburg leidt de Commissie van beroep af, dat Abma de klok oppakte, de klok uitzette, daarmee de speelzaal uitliep en de klok manipuleerde. Dit manipuleren van de klok buiten de wedstrijdleider om is volstrekt ontoelaatbaar. Het bemoeilijkt de wedstrijdleider bij zijn taak de juiste stand van de klokken in te stellen. De wedstrijdleider schrijft dat hij een schatting van de verstreken tijd heeft gemaakt aan de hand van de tijd die op de andere klokken was verstreken. Hij schrijft niet dat hij bij de resterende tijd heeft geteld de tijd dat de klok van Abma en Sterrenburg heeft stil gestaan. Dat had de wedstrijdleider wel moeten doen. Als hij niet wist hoe lang de klok had stil gestaan, had hij daarvan een schatting moeten maken. In ieder geval is de beslissing van de wedstrijdleider juist om niet uit te gaan van de door Abma genoteerde tijden. Immers, Abma wilde ook de tijd dat zijn klok liep en hij gesprekken voerde bij zijn resterende tijd opgeteld zien. Daar is geen reden voor. Nu Abma zelf door het manipuleren van de klok de taak van de wedstrijdleider om de klokken juist in te stellen heeft bemoeilijkt, had hij naar het oordeel van de Commissie van Beroep de instelling van de klokken door de wedstrijdleider moeten accepteren. Toen Abma voor de tweede keer weigerde verder te spelen, was de wedstrijdleider dan ook gerechtigd om de partij voor Abma verloren te verklaren. De Commissie van Beroep verwerpt het beroep voorzover het gericht is tegen deze beslissing van de wedstrijdleider.

 

4 De cautie

De Commissie van Beroep ziet geen termen aanwezig om te bepalen dat een deel van de door Heerenveen betaalde cautie zou moeten worden terugbetaald.

 

5. De beslissing

De Commissie van Beroep:

verklaart het beroep ongegrond;

bepaalt, dat niet 50% van de cautie aan Heerenveen wordt terugbetaald.

Aldus vastgesteld op 9 mei 2014 door A.A. Schuering, B. Plomp en E.M.M. Roosendaal, leden van de Commissie van Beroep, en namens de Commissie van Beroep ondertekend door A.A. Schuering